Bijdrage Frans Gerritsma, viering 27 augustus 2006
 
 

Voorganger: Frans Gerritsma 

Lector:  Thea van Deijl.

 
 

 

     
 

Lezingen :

Genesis 19; 12-26

Thema: Terug naar huis? 

naar aanleiding van het lied: "Verward"  uit de zomerserie: Kostbare bronnen

         
         
 

Overweging.

Wij hebben moeite met een God die ingrijpt. Een God die een hele stad met vuur en zwavel vernietigt met alle mensen en levende have. We staan dichter bij Abraham, die als een echte handelaar met God onderhandelt, als er 90, 80, 70 … 10 rechtvaardigen over zijn. Het blijken er niet zo veel te zijn. We hebben moeite met een God, die niet ingrijpt. Bij alle ellende die je in de wereld ziet, hoe mensen kapot gemaakt worden door tirannen, wij zijn machteloos, kan God er niet iets aan doen. Onze machteloosheid, onze verwarring, doet ons bidden tot God of het laat ons zo verward achter dat het niet eens bij ons opkomt naar iets of iemand te grijpen die zou kunnen, uitkomst zou kunnen bieden. Soms zijn we door wat ons overkomt, zo versuft, zo daas, dat we zonder moeite de woorden in de mond kunnen nemen van het lied van vandaag. Mijn voeten verdwalen in de tijd, mijn handen vinden geen houvast, het licht lijkt uit mijn ogen geweken.

 

Antwoorden zijn er niet, er lijkt nog maar één weg, de weg terug. Want met dat grote verlies, kun je toch nooit meer voluit en vrij leven. De herinneringen, zullen die ooit vervagen, je wilt niet eens dat ze vervagen, dat ze voor altijd bij je blijven. Want daar heb je toch lief en leed gedeeld. Je hield van die mensen, ook al was er het nodige op aan te merken. Ook al werd hun ongastvrijheid hen zelf noodlottig. Wat heb je voor toekomst, wanneer je zoveel moet achter laten? Dat verteert je, dat verbrandt je. Je moet het achter je laten om verder te kunnen. Maar dat is zo moeilijk. Soms zijn mensen een half of heel leven in therapie, om weer het leven te kunnen voelen. Om het kwade, dat hun leven vernielde onder ogen te kunnen zien en er niet meer door overvallen te worden. Al die pijn, al dat verdriet, dat het kost. Is dat je lot. Moet je je er bij neerleggen. Vechten tegen je lot heeft dat zin.

 

De vrouw van Lot, haar echte naam kennen we niet, ze is gekoppeld aan het lot van haar man, zoals het lot van alle vrouwen in die tijd van de geschiedenis, niet los te koppelen was van dat van haar man. Zij staat symbool voor het lot dat ook ons kan overkomen. Zij staat symbool voor het verlangen naar de oude beelden van thuis, de vertrouwde muziek, naar onbekommerde tijden. Het willen blijven waar je bent. Toen je van binnenuit kon dansen, niet geremd door alles wat je kan doen verstarren. Verlangen naar ongecompliceerd leven. Maar het kind in ons is groot geworden. Weet van haat en nijd, van misbruik, is gehecht geraakt aan wat het heeft en wil meer hebben. We houden vast aan wat tenminste nog houvast is. Ook als het niet goed voor je is. Het jou of anderen kwaad doet. Of je gezondheid verpest. Zoals een verslaafde eens zei, als verslaafde ben je nog iemand, hoor je nog ergens bij, bij de verslaafden, wanneer je afkick, ben je niemand, hoor je nog ergens bij. En uit eigen ervaring weet ik, hoe moeilijk het is, om wat je als onkruid ziet in je leven, om dat ook echt weg te doen. liever houvast aan onkruid, dan het gevoel te hebben nergens houvast aan te hebben. Omdat je denkt dat er dan helemaal niets meer in je tuintje groeit.

 

Zo heeft het niet goede, vaak meer vat op ons dan het goede. Kunnen we gefixeerd raken op het niet goede in onszelf en in anderen. We kijken dan alleen nog maar achterom, en dat verstikt. Daardoor verstenen we.

Worden we ongevoelig voor het goede, dat er ook is, hoe verborgen soms ook. Ik ken het verlangen van de vrouw van Lot, voorbij te kijken aan het kwade, veel meer te letten op het goede dat er ook is. Ik wil zelfs nog wel verder gaan dan Abraham, als er maar een rechtvaardige is, kan de stad dan niet gespaard worden. Maar ik weet ook, en daar doet de vrouw van Lot me ook aan herinneren. Dat wanneer je het kwaad niet onder ogen ziet en daar op een of ander manier afstand van neemt, het je ongevoeliger maakt voor het onrecht in je eigen leven. Niet dat we helemaal koud worden, maar we sluiten ons op in amusement en verstrooiing om al die ellende niet te hoeven zien en mee te maken. Liever er niet aan denken. Het verlangen naar rust en wegdromen, de oude beelden van ons hart.

 

De rots, afgebeeld in het boekje, die de naam kreeg van de vrouw van Lot, staat daar eenzaam, als een soort wachter. Zij kijkt om, het gezicht afgewend van het dal dat open ligt, waar je het vruchtbare land ziet liggen. Je gunt het haar zo dat het een laatste blik zou zijn, om daarna vertrouwvol de toekomst in te gaan. Maar de toekomst schijnt niet voor haar te zijn weggelegd. Haar verwarring is te groot..

 

Beelden, voorbeelden zijn vaak hard. Hebben maar één doel, ze willen ons maar één ding duidelijk maken. Ze geven maar één boodschap door. Al het andere, bij voorbeeld dat ze gastvrij was en liever haar dochters opofferde dan de gasten te verkwanselen, doet dan niet ter zake. Voor andere aspecten van leven, ook als gelovigen, hebben we dan weer andere beelden. Zoals het beeld van de herder die negen en negentig schapen achter laat om dat ene verlorene te zoeken. We kiezen onze beelden ter lering of troost. Voor uitdaging of bevestiging. Het versteende beeld van de vrouw van Lot zegt. Ga voor de toekomst, kijk niet om.

 

Wat houdt toekomst tegen, in jou leven, in het leven van een gemeenschap? Is dat alleen het terug kijken, blijven hangen in beelden van het verleden. In bijbels spraakgebruik wordt dat ook wel zonde genoemd. De mensen van Sodom misbruikten hun gasten, schonden het voornaamste gebod van de gastvrijheid, en zo gaven ze hun gasten geen toekomst. Daarmee ontnamen ze ook zichzelf een goede toekomst.

 

Ik ben een steen iedereen loopt over me heen, zei eens een jongen in de gevangenis tegen me. Ze zien in mij alleen maar de dief. In feite willen ze dat ik me ook zo gedraag, aan hun beeld voldoe, dan hoeven ze me niet als mens te zien, alleen maar als boef en kunnen ze over me heen lopen. Wat voor toekomst heb ik? Wij geven toekomst aan onszelf en anderen, wij hebben toekomst, wanneer we elkaar niet in beelden gevangen houden. Wanneer we vandaag de vrouw van Lot laten spreken in een lied, over haar verlangen naar thuis. En luisteren naar ons eigen verlangen, naar onbekommerd dansen, naar de weg terug, naar het vertrouwde.

Dan weten we dat we niet te veel om moeten kijken. Of om met de profeet Jesaja te spreken. Blijf niet staren op wat vroeger was. Sta niet stil in het verleden. Ik, zegt hij, ga iets nieuws beginnen. Het is al begonnen, merk je het niet?

 

   

 

 

 

 

 

   
 

| Archief/Bijdragen | Archief 2006 | Frans' "Hoofdpagina" | Gastvoorgangers |

 
 

RG 2006-08-27 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl