Bijdrage Rob Gijbels, viering 11 november 2007
 

 

 
 

 

 
 

Voorganger: Rob Gijbels

Lector: Hans Ernens

Thema: Een huis van gebed.

Openingstekst. (uit Lied van de woorden/Huub Oosterhuis)

Gelukkig allen die uw wegen gaan

Rechttoe rechtaan aldoende uw Thora.

 

Gelukkig allen die zich aan de Afspraak houden

Die u zoeken, uit de grond van hun hart.

 

Wees gelukkig, doe het onrecht niet,

Hebt Gij gezegd. En Ik vernam uw stem.

 

Welkom.

Goedemorgen en allemaal heel hartelijk welkom op deze herfstige zondagochtend. Mede namens Hans Ernens die mee voorgaat: welkom aan de Duiven die trouw dit huis van zangers en zeggers bezoeken om steeds weer elkaar op te bouwen in tijden van geloof en ongeloof. En die zich oprecht willen warmen aan de vonk van de Geest.

Ook heel hartelijk welkom als je hier voor het eerst komt of misschien sinds lange tijd weer bent. Fijn dat je hier bent en we wensen elkaar een geïnspireerd uur toe.

 

Ieder komt hier met zijn eigen zondagochtend Prinsengracht-gevoel naartoe. Hans Ernens schreef hier het volgende gedicht bij:

 

Gedicht Hans Ernens

 

Inleiding.

Nog enkele weken en het kerkelijk jaar spoedt zich naar het einde toe. Over 3 weken is het de eerste zondag van de Advent en het is alsof de lezingen deze paar weken nog eens kernachtig een printje in ons willen persen hoe we om zouden moeten gaan met godsdienst; de dienst-aan-God.

 

Op dat printje zouden naar mijn idee eigenlijk de zes woorden uit de openingstekst staan, die overigens komen uit het Lied van de woorden van Huub Oosterhuis:

Wees gelukkig,

Doe het onrecht niet.

--> zó vernamen wij de Stem.

 

In onze lezingen gaat het er heftig aan toe. Jesaja schrijft al gelijk in zijn allereerste hoofdstuk een felle aanklacht tegen een verdorven geslacht, tegen ontrouw en ongerechtigheid. Wij lezen maar een klein deel, maar daaraan voorafgaand spatten de vonken er al vanaf:

•  Houd op met al die zinloze offergaven,
•  Ik heb een afschuw van jullie wierook
•  Jullie feesten, nieuwemaan en sabbat.
•  Ik duld ze niet naast al dat wangedrag.
•  Ze hinderen mij
•  Ook als je aanhoudend bidt, luister ik niet …

En dan komt Lucas daar achteraan met Jezus die opgaat naar Jeruzalem, voor zijn laatste week als mens onder de mensen. Heel zijn leven is een tocht naar die stad, centrum van de godsdienst en de politiek. Als hij opgaat naar de tempel vindt hij daar niet de geur van ingetogenheid en heiligheid, een huis van gebed voor alle volken (Jes.). Maar hij treft een kermis van een offercultus aan, blaten en loeien, geldhandel en vroomheid die haar prijs kent.

 

In de overweging wil ik de zes kernwoorden:

Wees gelukkig, doe het onrecht niet,

Aansluiten op de twee lezingen. Door de lezingen ook te plaatsen in het beeld van die tijd, zullen we zien waar wij in dit verhaal zitten.

Zo werd het avond en morgen, déze dag ….

 

Gebed.

God - die ons en onze wereld

met tomeloze energie hebt geschapen,

 

Wij erkennen dat we het Woord wel hebben gehoord,

maar er niet steeds naar handelen.

Soms leven we teveel vanuit onszelf

En te weinig uit uw liefde.

 

Wij zoeken de weg van het recht en oprechte liefde.

Leer ons goed te doen.

 

Wij danken U

Dat U ontembare kracht wilt zijn in geest en leven.

Dat U liefde bent voor alle mensen, ook voor mij.

 

Geef ons kracht

om te blijven geloven in onze dromen,

dat wij naast U mogen staan,

zo nieuw als Gij. Amen.


Overweging.

Het tempelplein en de tempel vormen het hart van de gemeenschap in Jeruzalem; zowel voor de toenmalige wereldlijke als geestelijke leiders. Alle belangwekkende gebeurtenissen vinden dáár plaats. Dáár woont God temidden van zijn volk (Deut.) en alleen dáár kan het volk de offers brengen die door de Thora worden voorgeschreven.

Al in het Oude Testament lezen wij in het Boek Koningen over de centrale rol van de tempel en ook de profeet Jeremia had daar op het plein geprotesteerd tegen een eredienst, waarin alles volgens het boekje ging, maar waaruit het leven was weggevloeid. Het leven naar Gods Geest was op de tweede, derde of welke plaats dan ook gekomen.

De tempel staat als prachtig symbool midden in het krachtenveld tussen leven naar de Geest van God enerzijds en het dagelijks leven van de gemeente (en van onszelf) anderzijds.

De tempel is uiteindelijk (3 koningen later) toch verwoest en de stad gevallen.

Maar er volgt herstel en een tweede tempel wordt gebouwd. Ezra en Nehemia doen hun best en Koning Herodes de Eerste realiseert een prachtige restauratie, die hiermee het volk en misschien ook wel God voor zich dacht te winnen. Het werd een van de meest imposante gebouwen in het Oude Oosten.

Jezus en zijn volgelingen hebben er rondgelopen en zich verbaasd over de pracht en de praal (Mar. 13; 1-2) Deze tweede tempel is het speelveld van het evangelie van deze ochtend.

 

I. Alle 4 de evangelisten maken in vrijwel dezelfde bewoording melding van deze tempelreiniging. (Marc. 11; 15-19, Mat. 21; 12-17, Luc. 19; 45-48 en Joh. 2; 13-22)

Johannes nog wel het meest treffend, want daar maakt een woedende Jezus een zweep van touw en jaagt de handelaars, geldwisselaars en duivenverkopers de tempel uit - tafels en stoelen vliegen in het rond. Het kan niet anders dan een weloverwogen en zeer bewuste daad zijn geweest. En met wat een passie en emotie; bijna gewelddadig. Een boosheid; hoe kun je zover van God afraken? Hoe kun je je geloof zo verdunnen dat er zoveel vormelijkheid en zo weinig passie en echt geloof overblijft?

Wij kennen echter het gevolg van die explosie; de leiders zijn de kritiek zat en omdat ze zich bedreigd voelen, besluiten ze deze gevaarlijke profeet zo snel mogelijk listig uit de weg te ruimen.

 

II. De kritische houding van Jezus stond overigens niet op zichzelf. Aan de oevers van de Dode Zee leefde in die tijd een gemeenschap van Essenen. Er zijn nogal wat tegenwoordige bijbelwetenschappers die het zeer denkbaar achten dat Jezus in deze gemeenschap een aanzienlijk deel van zijn geestelijke vorming en opleiding kreeg. Deze eerbiedwaardige gemeenschap – onder ander bekend geworden door de vondst van de schriftrollen van Qumran – bestond voornamelijk uit priesters en uit het feit, dat zij zich consequent hielden aan de voor priesters geldende voorschriften omtrent reinheid kan worden afgeleid dat zij hun eigen gemeenschap als Gods tempel beschouwden.

III. Tenslotte komt een opmerkelijke metafoor in de brieven van Paulus naar voren; wij zijn ook zèlf de tempel van de levende God (2 Kor. 6; 16). En deze metafoor van de gemeente of gemeenschap als “de tempel of het huis van God” komt ook in andere brieven voor (1 Tim; 3;15, Hebr. 3;6 1 Petr. 2; 15 en 4;17) en is een van de kernthema's van de middeleeuwse mysticus Meister Eckhart.

 

Laten we met deze invalshoeken nog eens teruggaan naar Lucas, die de confrontatie tussen Jezus en de tempel beschrijft; de plaats waar priesters namens God offers van de mensen in ontvangst namen. Want om dat verkeer tussen God en mensen ging het in de tempel. De mens moest offeren om zijn schuld bij God in te lossen, met de priester en tempeldienaars als intermediair. De priesters werden zo een soort sacrale zakenlieden die leefden van de geldhandel en de schulden van de mensen. Kapitaal en God waren begrippen die heel dicht bij elkaar lagen.

Het beeld dat Jesaja beschrijft is ook een aanklacht tegen de ontrouw en ongerechtigheid, een “verdorven geslacht”(Jes. 1;4) “Heel je hart is ziek, van voetzool tot kruin, een en al wonden, builen en striemen.”

Jeruzalem – beoogd symbool voor recht en gerechtigheid jegens God en elkaar – daar hebben de duistere machten de overhand. Geen toonbeeld van vrede, maar van onvrede. Liefde en rechtvaardigheid had moeten blinken, maar het is zwart en dof geworden. De tempel – van bedehuis tot rovershol en schijn-heiligheid. Hoeveel water is hier bij de wijn gedaan? De nacht is diep, de dagen leeg… Je leiders zijn schurken, dieven die alleen denken aan geschenken en steekpenningen. Niet mis te verstaan en Jezus –zoon van de Thora - treedt hier uiterst scherp op door dit gedrag radicaal uit elkaar te trekken. Je kunt niet God en de mammon dienen, zegt Hij. De weg naar God gaat niet via offers, of via onrechtmatig winstbejag en handeldrijvende priesters. Zo was Annas hogepriester en had daarmee een vooraanstaande rol in de tempel. Men sprak ten tijde van Jezus van de “Annas-hallen” en op de tempelberg had hij wisselkantoren en winkels. Kajafas - zijn schoonzoon - kennen we van zijn rol tijdens de gevangenneming en veroordeling van Jezus. Een fijne kongsie dus.. ! Jeruzalem – weet dat het vuil verwijderd zal worden. Mensen – reinig je, (Jes. 1;16 en 17) zoek het recht en leer goed te doen.

 

Is ontmoeting met de Onnoembare God bereikbaar via offers? Jezus laat Zacheüs weten, dat hij bij hem thuis wil zijn. Hij biedt Zacheüs namens God zijn vriendschap aan. De grond van ons bestaan is niet schuld maar vriendschap en oprechte liefde.

Hiermee wordt eens en voorgoed de vraag beantwoord, waar het in godsdienst - de dienst aan God - om draait: om schuldeiser en schuldvraag òf het bestaan in liefde, met God als bron.

 

Dingen van God en dingen die je van Hem afhouden liggen in het leven dicht bij elkaar en lijken soms nauw met elkaar verweven. Dat vraagt om onverschrokken kritisch te blijven allereerst op jezelf (Wat beweegt mij ten diepste?), op ons als gemeenschap (zijn we kleurloos zwart en dof en onze wijn versneden met water? of zoeken we echt de diepste bron - misschien dwars tegen alle maatschappelijke of kerkelijke beweging in?).

Op de bespreking van de liturgiegroep vroeg iemand zich af: zitten we dan fout in onze mooi gerestaureerde Duif, waar ook zoveel andere evenementen plaatsvinden dan onze kerkelijke vieringen. Ach – laten we daar geen onduidelijkheid over laten bestaan en natuurlijk héél blij zijn met dit monument. Maar godsdienst - de dienst aan God – is niet te vangen in een stenen gebouw en is ook niet iets aparts. Geloven is iets van jezelf. Als het goed is, kàn de kerk daar een stimulerende en ondersteunende rol bij spelen, maar nooit in de plaats daarvan! De dienst aan God is primair onderdeel van je gewone dagelijkse bestaan. Laten we ons ervan bewust zijn, dat hier de eigenlijke ere-dienst plaatsvindt: in de heilige plaats van je alledaagse leven – met vooral je hart als tempel van God . Je hart mag zich vullen met de kracht van de liefdevolle God; die zet je in beweging en laat zich door niemand inperken. Maak van je hart geen markt, waar alle soorten interesses en ontspanning over elkaar heen buitelen. Wat zou het mooi zijn als je ieder de kans kan geven, om God ook in jou te laten ontdekken! God is te vinden in ieder mensenhart, ook al herken je dat niet altijd.

 

Ik wil afsluiten met de kernregels uit het “Lied van de woorden“ van Huub Oosterhuis:

Gelukkig allen die uw wegen gaan

Rechttoe rechtaan aldoende uw Thora.

 

Gelukkig allen die zich aan de Afspraak houden

Die u zoeken, uit de grond van hun hart.

 

Wees gelukkig, doe het onrecht niet,

Hebt Gij gezegd. En Ik - vernam uw stem. Amen.

       
 

Gastvoorgangers |

 
 

RG 2007-11-15 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl