Bijdrage: Jan Andreae
zondag 23 december 2012

 
 


Voorganger: Jan Andreae
Lectoren: Sylvia Borren (Greenpeace) en Bright O'Richards

Verslag van viering door Anja Meulenbelt

Thema: Ruimte voor compassie

Eerste lezing: De vluchteling - Chassidische vertelling
Tweede lezing: Rabindranath Tagore

Ruimte voor compassie

... Liefde omvat dus volharding en trouw.
En trouw vraagt om geduld.
En geduld vraagt om tact.
Maar tact breng je niet op zonder hoop,
de redelijke hoop dat al die liefdesestactiek
tot iets leiden zal ...


Inleiding

Goedemorgen. Welkom hier in De Duif.
Wie je ook bent, waar je ook vandaan komt, hier ben je welkom.
Of je nu gelovig bent of niet, of je bid of mediteert, of niets van dat alles, met alles of niets ben je hier aangekomen in een huis waar we je graag willen kennen. We willen je graag zien, zodat je gezien kan worden.
In het bijzonder heet ik welkom mensen die geen kribbe en geen stal kunnen vinden. Mensen die vaak het duister in gaan. Ze zijn hier gekomen om met ons en voor ons licht te maken.

Ik voel met vereerd met de lectoren in dit uur.
Mijn vriendin en bondgenoot Sylvia Borren. Altijd heeft ze gezegd: dat doe ik niet, met je voorgaan in een kerk. En nog vorige week zei ze: mag ik maar drie minuten spreken en daar dan anderhalf uur aan reistijd voor opofferen. Vrolijk zei ik: Ja Sil, zo zit dat. En ze is er.

Blij ben ik met mijn vriend Bright, afkomstig uit Liberia. Gevlucht. Kerstavond 1989 begon de burgeroorlog. Hij ontsnapte meerdere keren aan de dood en zag veel vrienden sterven. Erover spreken is nog steeds niet gemakkelijk. Onze vriendschap gaat ten diepste over: niet opgeven. Gewoon niet opgeven.

Vandaag is het de vierde adventszondag. Advent is afgeleid van het woord: adventus. Het geen betekent: komst, er aan komen.
De advent is de voorbereidingstijd op Kerst. Zo is dat ooit gedacht, beleefd, en wordt het nóg beleefd, in kloosters, in dorps- en stadskerken. En buiten kerken, in loslopende mensen die het ooit gehoord, gezongen hebben; gevoeld dat het goed is een tijd van verlangen en verwachting te koesteren en daar naar toe te leven.
Ik wil Bright vragen de vierde adventskaars aan te steken.
In het visioen van een aarde die gebaseerd is op gerechtigheid en vrede hebben we veel mensen uitgenodigd uit alle windstreken, gevlucht, reizend van stad naar stad, op zoek naar de realisatie van dat visioen.
Zij zullen straks voor ons allemaal licht maken.
Dit huis heeft een lange traditie van verwoedde pogingen om dat visioen gestalte te geven.
In 1978 hebben 182 Marokkanen hier hun toevlucht gezocht tegen hun dreigende uitzetting. 20 jaar later pakte deze gemeenschap die traditie weer op door kerkasiel te verlenen aan met uitzetting bedreigde Iraanse asielzoekers. En ook vandaag geven we stem en gezicht aan hen die dat niet als vanzelfsprekend hebben.

Waarom? Ik weet niet of de God van mijn opvoeding bestaat. De religie rondom ons gaat van zijn bestaan uit, vanzelfsprekend. Ik hoor ook tot de verwereldlijkte mensheid van deze postmoderne tijd. Waarin we zeggen: God bestaat niet. En bewijsbaar is hij nog minder.
Toch is er iets anders in mijn leven: een stem die enerzijds binnen in mij is en anderzijds eigenlijk tot mij komt. Ik kan die stem niet vereenzelvigen met wat ik zelf denk of zeg, hoop en vrees. Hij is niet zo duidelijk, het is meer een zachte fluistering vanuit een verborgen stilte. Maar het is een stem getuigend van licht, dat mij trekt.
Door die beloftevolle stem word ik losgemaakt uit de betovering en de omklemming van de bestaande wereld. Ik kom in beweging naar vrede, recht, vrijheid en gemeenschap toe. Het is een stem ‘die de stilte niet breekt’, zo zacht en innig en tegelijkertijd zo onweerstaanbaar. Die bindende stem noem ik – door de Bijbel geleerd – God. Hij is weerloos tegen elke ontkenning, ook die van mij, maar laat mij niet los. Hij boeit mij, bemoedigt mij en troost mij. Ik hoor die stem vaak in de liederen van het koor. Ik voel die stem als ik met de mensen in het duister spreek, ik ervaar die stem als ik wakker wordt naast mijn geliefde. Ik zag die stem in Gaza, ik hoor hem vaak in dit huis.
Ik leef op zijn adem.
Vanwege die stem zijn zij uitgenodigd om hier licht te brengen.
Ik wens ons een aanraakbaar, compassievol, hartstochtelijk en vriendelijk uur.


Gebed om vergeving

Laten we stil zijn en stil worden,
Zodat we aan kunnen komen bij onszelf
Zodat we aan kunnen komen bij de ander

Laat ons ontwaken tot ons ware Zelf
Mensen worden, vol van mededogen

Laat ons bewust worden van het lijden
In ons en om ons heen
En de bron er van onderkennen

Laat ons de juiste richting kiezen
Waarin de geschiedenis zou moeten voortgaan
En elkaar de hand reiken
Zonder onderscheid naar man of vrouw zijn
Zonder onderscheid naar ras, natie of klasse

Laat ons met mededogen de gelofte afleggen
Het diepe verlangen van de mensheid
Naar bevrijding van haar ware Zelf
Werkelijkheid te doen worden

En een wereld bouwen
Waarin iedereen
Waarachtig en in heelheid kan leven

Amen


Eerste lezing - De vluchteling - Chassidische vertelling

Een man zoekt bescherming bij een rabbijn. Hij vertelt hem dat hij voor de soldaten op de vlucht is en dat hij gedood zal worden als ze hem vinden.
De rabbi besluit de vluchteling onderdak te bieden, maar zijn daad stuit op weerstand van de dorpsbewoners. Waarom heb jij die vluchteling in je huis opgenomen? “Wat gaat er straks met ons gebeuren?”

De rabbi wijst er op dat de Thora de opdracht geeft vervolgden die met de dood worden bedreigd gastvrijheid te verlenen. De inwoners van het dorp vrezen echter represailles waarbij het hele dorp uitgemoord zal worden.
Zij vragen de rabbi een oplossing te zoeken en de vluchteling uit te leveren.

 
De hele nacht bestudeert de rabbi de talmoed (uitleg van de Thora). Pas als het ochtend is, vindt hij een tekst die luidt: “Omwille van één man hoeft niet het hele volk om te komen”. Hij leest de vluchteling de tekst voor. Op dat moment komen de soldaten het dorp binnen en vragen: “zeg ons waar de vluchteling zich schuilhoudt, anders zullen wij het hele dorp in brand steken”.
De rabbi antwoordt: “Hier is hij”.
 
Uitgelaten omdat het gevaar is afgewend, vieren de mensen van het dorp de hele dag feest. Maar de rabbi laat zich niet zien. In zijn kamer staart hij verdrietig vol schuldgevoel voor zich uit. Op dat moment komt Elia binnen, de profeet die de komst van de Messias aankondigt. Elia zegt: “Wat heb jij gedaan?’ De rabbi antwoordt: “Ik heb een mens laten omkomen om het hele volk te sparen”. Daarop zegt Elia: “Die opgejaagde vluchteling was de Messias”. “Maar hoe kon ik weten dat het de Messias was?” vraagt de rabbi. Elia zegt: “Als je niet de hele nacht in de boeken had gezocht, maar één keer in het gezicht van de man had gekeken, had je het geweten”.

Tweede lezing - Rabindranath Tagore

Ik kwam tot uw kust als vreemdeling,
ik woonde in uw huis als gast,
ik ga van uw deur heen als vriend, mijn aarde. 

Tekst n.a.v. bovenstaande lezing door Sylvia Borren:
Mijn favoriete filosoof Rabindranath Tagore schreef dit bijna een eeuw geleden. Hoe zou hij ons nu zien? Hoe zou hij kijken naar Bangladesh, zijn thuisland? Wat zou hij vinden van klimaatverandering: het gevolg van de leefstijl van de rijkere minderheid op aarde. Terwijl dat droogtes en overstromingen veroorzaakt die leiden tot dood, honger en conflict voor twee miljard mensen, een derde van de mensheid...

Ik kwam tot uw kust als vreemdeling...
Ieder kind dat geboren wordt in een familie, een gemeenschap, in een land ... Of in een vluchtelingenkamp, of zwervend, op zoek naar voedsel of vrede of een thuis... Ieder kind kent momenten van vervreemding...'ik word niet gezien', 'ik word niet begrepen', 'ik voel mij hier niet thuis', 'ik mag niet zijn wie ik ben'...
Als inderdaad ieder van ons op aarde komt als vreemdeling, dan weten wij allen wat er van ons verwacht wordt. Als vreemdeling zijn we nieuwsgierig, voorzichtig, we doen ontzettend ons best, we willen ons aanpassen, we willen erbij horen, we zijn eerst vaak onzichtbaar...
Kunnen wij moeder aarde ervaren als onze gastvrouw, die ons accepteert, die ons water en voedsel biedt als vreemdeling?

Ik woonde in uw huis als gast...
Een gast voelt zich welkom, verzorgd, gevoed en gewaardeerd...
Een gast is dankbaar, en zorgt goed voor zijn of haar gastvrouw, toont respect, en zorg voor alles: de familie, de omgeving...
Is dat wat wij als mensen nu doen met onze aarde? We kappen de oerwouden, we slepen kilometerslange netten achter monsterschepen en vissen de zee leeg, we laten de aarde kapot achter in de poging om de laatst druppel olie uit de aarde te persen: zoals Shell de Delta in Nigeria achterliet, en de Noordpool achter zal laten als wij dit geen halt toeroepen...

Ik ga van uw deur heen als vriend, mijn aarde...
Als wij aan het einde van ons leven onze aarde als vriend kunnen beschouwen, dan hebben wij elkaar veel geveven...
We hebben naar elkaar geluisterd, en elkaar gehoord. We hebben elkaar bewonderd. We hebben voor elkaar gezorgd. We hebben met elkaar gelachen. We hebben met elkaar verdriet gedeeld, de ups en downs van het leven... We hebben van elkaar genoten. We hebben elkaar omhelst, elkaar geroken, onze adem heeft zich vermengd...
We zijn rijker en mooier geworden van de vriendschap...

Ik kwam tot uw kust als vreemdeling, ik woonde in uw huis als gast, ik ga van uw deur heen als vriend, mijn aarde.
Voor mij hangt alles met alles samen. Als wij de aarde niet als onze te respecteren gastvrouw ervaren, maar als iets dat uitgebuit en uitgewoond kan worden... Als wij onszelf niet als onderdeel van het leven om ons heen zien, maar als overheerser, en bepaler... als wij de aarde en al het leven op/in haar niet respecteren maar vernietigd achterlaten, kapot voor volgende generaties...
Hoe kunnen wij dan leren delen, hoe kunnen wij een volgende vreemdeling of vluchteling welkom heten, hem of haar binnen vragen, hem of haar introduceren, voeden, verzorgen... en veiligheid bieden?
We zijn dan te druk met het beschermen van wat wij als ons eigendom zijn gaan beschouwen... we zijn in concurrentie met elkaar over wie het recht heeft op welk stukje aarde... Ja, dan kunnen we anderen ook moeilijk binnen laten, om brood te delen, om hen welkom te heten... Als ik bij vrienden ben mag ik de deur openen voor anderen. Maar als ik mijn eigendom en leven denk te moeten verdedigen... dan doe ik die deur op slot.

De vreemdeling, de vluchteling in ons midden is de eerste die merkt hoe gastvrij we echt kunnen zijn... hoeveel we in balans kunnen leven met de aarde, met onze omgeving, met onszelf en met elkaar.
We kunnen de vreemdeling, de vluchteling, de gene die 'anders' is met open armen tegemoet treden als we weten: ...ook ik kwam als vreemdeling op aarde... ook ik was een gast...maar ik ben bevriend geraakt met de aarde, en kan nu mijn deur open zetten voor de ander.

Als Greenpeace zeggen we: De aarde is ook van mij. Daarmee bedoelen we dat ook wij verantwoordelijk voor haar zijn, haar moeten beschermen, verzorgen.
Kunnen we vanuit die gedachte zeggen: deze vreemdeling, deze vluchteling 'is ook van mij'? Het is een mens en zijn of haar leven is verbonden met dat van mij.
De deur hoeft niet op slot, wij hoeven ons niet te verdedigen, wij kunnen samen delen, een gemeenschap worden, vrienden worden...met elkaar en met onze aarde...

Dat vergt iets van mij, van ons.
Minder consumeren, want dan heb ik meer te delen.
Meer in contact komen met de aarde, met mijn omgeving, met mijzelf...
En met de vreemdeling, de vluchteling... die ook ik welkom wil heten...


Overweging

Als ik deze overweging probeer te formuleren, te schrijven, woorden te zoeken ben ik in de buurt van Jeruzalem. Ik vraag mijn Palestijnse chauffeur Ramadan of hij me ten zuiden van Jeruzalem naar de woestijn wil rijden voordat we teruggaan.
Ik kijk uit op het Jordaan-dal. Ooit was daar een bedoeïen jongen bij de nederzetting Qumram zijn kudde schapen aan het hoeden. Hij gooide stenen in een grot waar hij wilde overnachten. Het gooien van stenen was bedoeld te kijken of er wilde dieren zich in de grot verborgen hielden. De stenen echter deden aarden kruiken uiteenspatten. In deze aarden kruiken bevonden zich perkamenten rollen die later bekend zijn geworden als de Dode Zee-rollen.

Uit die rollen blijkt dat wat verteld wordt over de geboorte van de mens Jezus vooral gestoeld is op vrome folklore die samenvalt met winterlichtfeesten.
Het is zo goed als zeker dat hij vier à zes jaar eerder is geboren dan het jaar 0 en waarschijnlijk ook niet op 24 december. Engelenscharen bleken er ook al niet te zijn.
Ik kijk uit over de woestijn en denk: wat weten we toch eigenlijk weinig van die mens Jezus. Zijn levensverhaal is verbasterd met veel christelijke dogma’s.
En toch is hij in de wereld een voorbeeld geworden. Vooral in de periode met Kerst komen drommen mensen samen. Of je nu gelovig bent of niet, iedereen kent het kerstverhaal over de geboorte van het kind.
Hij is zo gezien.
En daarover gaat het in dit uur: gezien worden.
Zoals Bright verhaalde: Als je niet de hele nacht in de boeken had gezocht, maar één keer naar het gezicht van de man had gekeken, dan had je het geweten. Gezien worden ...

Ik was afgelopen week ook twee dagen in Gaza, arm Gaza. Toen ik wegging zeiden Wahel, Khaled en Aiman: onze batterij is weer helemaal opgeladen.
Ik dacht: Ja, zo werkt dat , als je even gezien wordt.
‘Gezien worden’ krijgt taal in elke wereldgodsdienst.
Het woord dat er aan gegeven wordt is compassie, naastenliefde, de kunst om in de huid van een ander te kruipen.
Er zijn veel synoniemen voor ‘gezien worden’: mededogen, barmhartigheid, deernis, erbarmen, meegevoel, ontferming, mildheid …
In de Bijbelse taal wordt het omschreven als: ‘het geknakte riet niet breken’ en ‘de walmende vlaspit niet doven’.
In het boeddhisme spreekt men over een kwaliteit van de geest die het hart doet trillen bij het zien van leed of lijden.
Een kwaliteit die bovendien dat lijden wil verzachten of wegnemen.
De laatste weken trilt mijn hart bij de Asims en de Achmeds van deze wereld. Door de wet strafbaar gesteld en omdat ze geen stal en kribbe gegund wordt.

In het boek Deuteronomium zijn de woorden van de profeet Mozes opgetekend. Ik citeer: “Gij zult liefhebben de vreemdeling, want zelf zijn jullie vreemdeling geweest in het land Egypte.”
Dat woord over liefde tot de vreemdeling is geen bevel maar een voorbede, het smeekt ons.
Het zegt: Jij bent toch zelf ook vreemdeling geweest in één of ander Egypte.

‘Daar heb ik nog nooit over nagedacht’, zeg je.

Denk je dan nú eens in dat ze weg zijn, je vrienden, je geliefde, je kinderen, je ouders, allen die wij ‘onze relaties’ noemen – en wég ook al je rechten, zekerheden en bezittingen. Stel dat jouw positie en ‘status’ was: vreemdeling te zijn, iemand die op genade en ongenade overgeleverd is aan mensen.

Vandaag valt ons de ongemakkelijke eer te beurt om een ‘vreemdeling’ tegen het lijf te lopen.
Deze gemeenschap die we De Duif noemen heeft al heel lang geleden besloten om een wereld te bouwen waarin iedereen waarachtig en in heelheid kan leven.
Daarvoor is nodig dat wij luisteren naar de noodkreten van de wereld.
Daarvoor is nodig dat wij onophoudelijk blijven leren wat liefde is.
Liefde verstaan wij niet alleen als omarmen en warme gevoelens koesteren. ‘Liefhebben’ zo blijkt uit de woorden van Moses over de vreemdeling, betekent: in leven laten, in het leven, dat meest kostbare mensenrecht.
Dat betekent: brood, kleding, een kribbe, een stal, elementaire levensbehoeften.

Liefde omvat recht en genade, rechtvaardigheid en ontferming.
Maar wat halen die uit zonder volharding? Wat heeft een vreemdeling, wat heb jij aan één moment van ontferming?
Liefde omvat dus volharding en trouw. En trouw vraagt om geduld. En geduld vraagt om tact. Maar tact breng je niet op zonder hoop, de redelijke hoop dat al die liefdesestactiek tot iets leiden zal.
Dus behoort tot de liefde dat je een nuchtere taxatie maakt: wat kan ik aan, en wat heeft hij nodig, en hoe moet het dan verder, waar haal ik de tijd en het geld vandaan, waar zal hij zich veilig voelen, en hoe houden we het vol met elkaar – is het redelijk te denken dat het aller-moeilijkste zal lukken?
Dat zijn liefdesoverwegingen, zo vragen en denken met hart en verstand.

Om te leren wat liefde is, moet je je wagen aan de moeilijkste liefde: de liefde tot de vreemdeling, tot de ander die anders is, tot dat wat niet vanzelfsprekend is.
Opdat de samenleving der mensen niet zal wegzakken in schijn-liefde, apen-liefde, bezitters-liefde, bloed-liefde, bloed-en-bodem-liefde. Daarom wordt ons gevraagd de vreemdeling lief te hebben.
Al door de oude profeten ons voorgehouden en door Karen Armstrong als volgt verwoord: Compassion is not an option, it’s the key to our survival.

Dit woord is de kortste samenvatting, en de hevigste toespitsing, van de gehele Bijbelse levensleer.
Mogen wij zo naar de Kerst gaan.

Kome wat komt.

Nodiging

Iedere week vieren wij het breken en delen van brood en wijn.
Wat er ook in de loop van de eeuwen
rond dat eenvoudige ritueel gespeculeerd mag zijn,
wij proberen het te verstaan en vorm te geven
naar zijn oorspronkelijke bedoeling:
als teken van bereidheid tot gemeenschap
over taalgrenzen en scheidsmuren heen;
bereidheid je levenskracht, je tijd, je geld te delen
met hen die geen deel van leven hebben;
en dat wij ons verplichten aan dat visioen van een wereld
waar brood en liefde genoeg is voor allen.

Het visioen tot ritueel gelouterd,
verdicht tot een gebaar tegen honger, geweld, noodlot -
en waarin wij te kennen geven
dat wij horen bij dat verhaal over onvoorwaardelijke liefde,
het verhaal over Jezus van Nazareth.


Wegzending en Zegen

In de ruimte gezet door Gods scheppende hand,
in de vrijheid geplaatst door het Woord,
in het licht gesteld door Gods liefde,
gaan we op weg,
omvat door de zegen,
om te zijn tot een zegen.

De eeuwige zegent u en zij behoedt u
De eeuwige doet haar aanschijn over u lichten en geve u vrede
Amen.

 
       
 

Archief alle overwegingen 2011 en voorgaande jaren | Archief overwegingen 2012

 
 

FV/RG 2012-12-31 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl