Jeannette's overweging, 21-12-1997

Lieve mensen,

In de eerste les sociologie in 1960 werd door de docent uitvoerig uitgelegd dat de mens een sociaal wezen is. Niet in de tegenstelling van sociaal-egoïstisch, maar op zich sociaal. Sociaal komt van socius, bondgenoot. Zo zijn de mensen ertoe geneigd elkaars bondgenoten te zijn. Later leerde ik dat er ook filosofen zijn die de mens jegens de andere mens een wolf achten te zijn. Het omgekeerde dus. Het hangt er maar van af van welk mensbeeld je uitgaat.

Mensen staan in allerlei relaties tot elkaar en je kunt niet zonder relaties. Of het nu ouders zijn of kinderen, familie, vrienden, de politiek of de kerk, je hebt relaties nodig, maar ook het praatje bij de bakker en de slager houdt een menselijke relatie in.

Samen onderweg betekent dat je met elkaar een doel wilt bereiken en afhankelijk van dat doel zoek je mensen op met wie je wilt meegaan en je zult merken dat je, als je doelen verschuiven, ook andere mensen zult ontmoeten of dat zij op je pad komen.

Zo heb ik dat ook in de verschillende fasen van mijn eigen leven gemerkt. Je kunt elkaar energie geven, bemoedigen en ondersteunen op een gedeelte van je levenspad.

Ook ik heb altijd een beeld van een pelgrimsreis voor ogen, maar dan met een stuk of 30 mensen. We hebben ze 10 jaar geleden uitgezwaaid aan 't eind van de slotviering van de 8 mei beweging: mannen, vrouwen, kinderen, allemaal met wandelstok op weg van Utrecht naar Santiago de Compostella, lopend. Wat zullen de mensen samen veel meegemaakt hebben, veel gesprekken, avonturen; en ze hebben elkaar vast ook goed leren kennen.

Ik kan me nog de vakantiereizen herinneren naar Spanje met kleine kinderen. Het onderweg zijn, het op reis zijn was al een feest voor ze. Goeie momenten die je samen beleeft moet je vooral onthouden. Dat geeft kracht voor verdrietige tijden, zei iemand uit de voorbereidingsgroep.

Maar nu even terug naar de pelgrimstocht. De mensen uit psalm 122 hebben hun doel bereikt. "We staan werkelijk hier in Jeruzalem, binnen de poorten." Het gaat niet alleen om onderweg zijn, het gaat hier om op de plaats van bestemming komen. Elk jaar met Pasen gingen de Israëlieten op naar Jeruzalem, de stad Gods, en bezongen dan de glorie en de eer van hun God. Als teken van verbondenheid met elkaar en met de Heer. Ze vierden dan de uittocht uit Egypte waarin hun God voorop ging in de ark des verbonds. Hij bracht hen naar het beloofde land, naar Kanaän, en dat is zo'n groots gebeuren in de geschiedenis geweest, dat het tot op vandaag gevierd wordt.

In Jeruzalem zetelt het recht, een voorbode van het Rijk Gods, een rijk van vrede en gerechtigheid. Het gaat in de psalm ook om recht en vrede.

Net zo gaat het bij het naderend Kerstfeest om recht en vrede. Jezus is op aarde gekomen met zijn leer van recht en vrede.

Jezus is in Betlehem ter wereld gekomen. Volgens Micha een klein, nederig dorpje, waar toch een grote vorst uit te voorschijn zou komen. Deze overbekende profetie gebruiken de wijzen uit het Oosten ook als ze op zoek zijn naar het kind in de kribbe. Symbolisch wil het begin van deze tekst aangeven dat het Christuskind er is voor eenvoudigen, armen, mensen die zich niets verbeelden. Het is een mooie tekst en ook enigszins dichterlijk. Zo is David de grote koning ook uit Betlehem voortgekomen. Jezus staat in de lijn van David.

In het tweede testament lezen we vandaag het prachtige verhaal van de ontmoeting van Maria, die zojuist van de engel heeft gehoord dat ze zwanger zal worden van een wonderbaarlijke zoon, en Elisabeth haar nicht, die in verwachtig is van Johannes de Doper. En bij hun ontmoeting sprong het kindje van Elisabeth op in haar schoot. Wat is dat prachtig en plastisch uitgedrukt, de ontmoeting van deze vrouwen heeft daardoor een heel bijzonder karakter. Ik zie dat symbolisch: wie zal dit er bij de redactie van Lukas' verhaal erin gevlochten hebben?

Maria wilde haar vreugde delen met Zacharias en Elisabeth en begon daarna spontaan haar bekende lofzang te zingen. Viert Uwe feestdagen, dat geeft het leven extra glans.

Samen onderweg is uiteraard niet één en al feest. Je moet tolerant zijn ten opzichte van elkaar, er haken mensen af, je moet elkaars eigenaardigheden voor lief nemen en vooral het doel voor ogen houden.

Er is in onze samenleving veel bereikt met samen doen, denk maar aan het ontstaan van de vakbonden, aan het opkomen van allerlei patiëntenverenigingen, zoals de anti-psychiatrie in de zeventiger jaren en de HIV-vereniging die o.a. taboes over AIDS wegneemt.

Zo gaan wij in de Duif ook verder samen onderweg. We proberen te zien wie iets nodig heeft en waar nood is. We proberen ons steentje bij te dragen. En laten we elkaar ook vooral dragen. We gaan ons voorbereiden op het Kerstfeest, letterlijk en figuuurlijk. We zullen daarbij hopelijk ook niemand in de kou laten staan, maar ons hart en eventueel ons huis openzetten voor mensen die haast geen "samen" meer hebben. We weten dat velen zich juist in deze tijd heel eenzaam voelen omdat ze verliezen hebben geleden of door de individualisering van onze tijd alleen zijn komen te staan.

Daarom staan voor ieder die dat wil de deuren in de Kerstnacht wijd open en wordt er een bijzondere dienst gehouden. En we vieren het hier in Gods huis: de geboorte van Jezus het Kerstkind.

Amen.

| Vervolg Liturgie 21-12-97 | Jeannette's 'Hoofdpagina' |


AM 25-1-1998 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl