Bijdrage Fred Vos, viering 17 juli 2005
 
 

Voorganger: Fred Vos

en

Lector: Cees Blaauw

 

 
 

Lezingen: Wijsheid 12:13-19 en Mattheüs 13:24-43

 
         
 

Welkom en inleiding

Van harte welkom op deze grijze, maar veelbelovende zondagmorgen, hier in De Duif, een plek waar je je thuis mag voelen. De plek die voor ieder van ons een rustpunt en een bron van inspiratie mag zijn als je hier voor het eerst bent en ook als je hier vaker komt. Welkom ben je in onze gemeenschap van God en mensen, in deze viering van schrift en tafel.

Vorige week las Alet ons de gelijkenis van de zaaier. Toen ging het om de aarde waarin het zaad terecht komt. De evangelielezing van vandaag sluit direct aan op de lezing van vorige week. Het gaat nu over het zaad zélf en hoe dit de gelegenheid krijgt om uit te groeien en vrucht te dragen. Pas wanneer de tijd rijp is zal het worden geoogst en wordt scheiding aangebracht tussen wat goed is en wat niet.

Ik wens ons allen een inspirerend uur toe met elkaar en met God.


Gebed
Wij zien uit naar een wereld
waarin samen geleefd en geleden wordt,
waarin mensen mensen tot steun zijn
en elkaar niet naar het leven staan.

Wij zien uit naar een tijd
dat vriendschap en redelijk inzicht winnen,
overal waar nu nog haat en ideologieën heersen.

Wij zien ernaar uit omdat het ons beloofd is
de sjaloom, het goede leven op aarde
en wij gaan gelovend op deze belofte in.

Laten wij elkaar helpen om mensen van goede wil te zijn
en mag ons verlangen en onze inzet
ten goede komen aan allen die in nood zijn.

 
       
 

Overweging

Van de week was ik bezig in onze tuin. Daar groeit van alles door elkaar. Groen wat we zelf geplant hebben en groeisels, die we er niet zelf in hebben gezet, maar die op de wind zijn binnengebracht. De laatste categorie is onkruid. Vinden wij. We hebben die planten er immers zelf niet neergezet. Ze passen niet in ons plan. Dus ga je door de knieën en haal je het weg.

Als het onkruid nog klein is kun je nauwelijks zien tot wat voor plant dit zal uitgroeien. Wat voor bloemen het zal dragen. Ook blijkt het altijd weer met zijn wortels verstrikt te zitten in die van planten die je wèl zelf geplant hebt. Het verwijderen van dat ‘onkruid’ zorgt er onvermijdelijk voor dat je ook de goede planten beschadigt.
Goed beschouwd kun je het eigenlijk beter laten staan. Dan beschadig je de ‘goede’ planten niet. En wie weet wat er uit dat ongeplande zaaigoed tevoorschijn komt. Soms blijken dat tòch planten, mooie bloeiers, waarvoor je in het tuincentrum nog best wat geld kwijt bent. Dat zag je niet af van dat ongewenste zaaigoed toen het nog onooglijk en klein was.

============

- Behoedzaam tot de oogsttijd
De zaaier in het verhaal van Mattheüs is kwistig met het strooien van het zaad, maar gaat tegelijk zeer zorgvuldig om met het gezaaide. Met de knechten is dat anders, die kunnen amper wachten in hun ijver om het slechte kruid aan te pakken. De eigenaar ziet het ook, maar hij kiest in dit geval voor een afwachtende houding. Neemt hij iets waar wat de knechten ontgaat? Op welk moment kan het beste een scheiding gemaakt worden? De eigenaar kiest ervoor om dat in de oogsttijd te doen en pas op het moment dat híj dit aangeeft. De eigenaar is behoedzaam en weet dat je met het weghalen van het slechte waarschijnlijk ook het goede beschadigt.

Wanneer de leerlingen vragen om een uitleg van de gelijkenis vertelt Jezus hoe het verhaal verstaan moet worden. In de uitleg van Jezus krijgt de gelijkenis een andere lading. De gelijkenis blijkt ineens geen simpel verhaaltje te zijn, een boerenwijsheid die zelfs een amateur tuinder wel begrijpt, maar het voortdurende en verbeten gevecht dat de Liefdevolle voert tussen goed en kwaad. Jezus legt uit dat het verhaal een metafoor is voor het oordeel bij de voltooiing van deze wereld.
Jezus waarschuwt zijn toehoorders. Wat wel en wat niet tot de oogst behoort kunnen wij, mensen, niet beoordelen. Dus, zo leert Jezus, laat onkruid en tarwe de kans krijgen op te groeien tot de oogst. Het resultaat is vaak verrassender dan wij kunnen bedenken. Denk maar aan het verhaal van de misdadiger die samen met Jezus werd gekruisigd en vóór het moment dat hij de geest geeft van Jezus te horen krijgt: “Heden zul je met mij in het paradijs zijn”.
Deze revolutionaire aanpakt past waarschijnlijk niet in de bedrijfsvoering van hedendaagse boer en tuinder. De gelijkenis is ook geen gids: “Hoe verzorg ik mijn tuin” voor het bewerken van ons eigen stukje grond. Nee, dit is evangelietaal.
Voor een ervaren tuinder is het vaak duidelijk zichtbaar wat goed is en wat niet.
In het Koningrijk van God gaat het er heel anders aan toe. Voor God kan het kwade volgroeien tot iets goeds.

- Goddelijk geduld
Voor diegenen die goed en kwaad zo duidelijk kunnen aanwijzen zal dit een moeilijk te aanvaarden boodschap zijn. Het is niet langer aan hen om een scherpe scheiding tussen mensen te maken. De wereld is vervuld van goddelijk geduld, ondanks de onbuigzaamheid, de rechtlijnigheid en starheid van mensen. Net als over het tarwe en onkruid regent het ook over goeden en kwaden.

Mogen wij, dienaren, het kwaad uitrukken? Nee, leert Jezus, de oogst is voor de eigenaar. Die oordeelt over wat koren is en wat kaf. Alles gebeurt op de bestemde tijd. Het geduld van de Eeuwige gaat aan alles vooraf en het hele leven is ervan doortrokken. Maar vrijblijvend is het niet. Er is een uiterste houdbaarheidsdatum. Leer hiervan, bedoelt Jezus te zeggen: geef het zaaigoed de tijd om zich te ontplooien en zijn ware aard te tonen. Wie weet wat voor moois en goeds het oplevert, wat je nu nog niet kunt zien. Wees geduldig, ga niet af op een eerste snelle indruk en veroordeel het niet. Geef het een kans. Wees gerust en heb vertrouwen. Want het werkelijke onrecht, het diepste kwaad, zal Hem niet ontgaan, het zal niet vergeten worden. Uiteindelijk zal het zichtbaar worden en de dader zal zijn straf niet ontlopen.

- Geen vrijbrief
Hoe vertaal je dit gegeven naar het hier en nu? Houdt deze les van Jezus een vrijbrief in om er maar op los te leven, te doen wat in je opkomt, je naaste te benadelen en uiteindelijk – door een goede daad, of, vooruit, met een paar goede daadjes – weer in het reine zien te komen? Mag je je broer of zuster, buurman, vriend, collega, benadelen – om later je ongelijk te bekennen en weer vrolijk verder te gaan? Het lijkt mij van niet. Met je handelen heb je schade aangericht, de persoon in kwestie is gekwetst. Het herstelproces kan lang duren. Denk na bij wat je zegt…

Jezus leert ons geduld en mildheid te betrachten. Hij leert ons niet af te gaan op een enkele of een eerste indruk en het recht in eigen hand te nemen en je oordeel te vellen. Je loopt daarmee een groot risico dit zogenaamde recht ondergeschikt te maken aan eigen belang. Het mooie van Jezus’ verhaal is, dat zijn les toepasbaar is op alle niveaus in ons leven. Oordeel niet over je broer of zuster, buurman, vriend, collega. Laat het oordeel over een verdachte niet over aan het slachtoffer, een journalist of krant, maar aan een onafhankelijke rechter.

De vreugdevolle boodschap die Jezus ook dit keer opnieuw brengt, is die van troost en hoop. Wat er ook gebeurt, je krijgt altijd de kans om je berouw te tonen, je vergissing goed te maken, je ware aard te laten zien en weer terug te komen bij Hem.

- Snelrecht of onafhankelijk rechter?
Als kind van zijn tijd veroordeelt Jezus impliciet het maatschappelijke snelrecht dat toen gebruikelijk was en waarbij niet het zoeken van het recht het uitgangspunt was, maar dat wat de machthebbers het beste uitkwam. Denk bijvoorbeeld aan de terechtstelling van Johannes de Doper. Ook Jezus zelf zou van deze vorm van ‘rechtshandhaving’ het slachtoffer worden.

In de 21ste eeuw kennen wij - god zij dank - voor onze rechtspraak de onafhankelijke rechter. Laat ik mij beperken tot de Nederlandse situatie. In onze rechtspraak worden de persoonlijke achtergronden van een verdachte altijd in overweging genomen, zijn psyche onderzocht, wordt afstand genomen van de beschuldigingen door een verdediger die kanttekeningen en nuanceringen plaatst bij de beweringen van een openbare aanklager. Onze cultuur met zijn christelijke achtergrond, waarin het verhaal van de zaaier gekend werd, lag ten grondslag aan ons huidige, goed functionerende rechtssysteem. Na het eindoordeel van de rechter ontloopt een schuldige nooit een gerechtvaardigde straf.

Heeft Jezus’ verhaal nu aan waarde ingeboet? Ik denk het niet. Waakzaamheid blijft geboden. Van tijd tot tijd hoor je via borreltafel of ingezonden brief verkondigen, dat onze rechtspraak veel te mild is en dat zwaardere straffen toegekend en meer huizen van bewaring gebouwd moeten worden. Dit zijn de momenten waarop wij ons het verhaal van de zaaier weer moeten herinneren en Jezus’ boodschap van mildheid, zorgvuldigheid en hoop opnieuw tot ons moeten laten doordringen. Maar ook op onszelf en onze omgeving blijft de waarschuwing uit het verhaal van kracht. Het is heel verleidelijk snel met je antwoord klaar te staan, iemand te beoordelen op zijn handelen zonder de achtergronden te kennen. Ook dit zijn momenten om het verhaal van de zaaier weer tot je door te laten dringen.

- Mosterdzaad en zuurdesem
In de parabels van het mosterdzaadje en het zuurdesem is eveneens sprake van hoop.

Het eerste verhaal over het mosterdzaadje versta ik als: uit iets kleins en nietigs kunnen grote resultaten groeien.
Geef iemand een kans, toon vertrouwen op een moment dat hij dat niet verwacht of ogenschijnlijk niet verdient – geef hem ruimte om zich te ontplooien of, zo je wilt, zich te bewijzen. Wees ervan overtuigd dat deze houding iemand zal veranderen. De kans is groot dat hij deze benadering ook op anderen zal toepassen. Het goede heeft de potentie uit te groeien tot iets groots.

Het verhaal van het zuurdesem tenslotte, zie ik als troostende, hoopgevende gedachte voor iedereen die meent tegen de bierkaai te vechten: “Alles wat ik doe, de vriendelijkheid die ik ten toon spreid, ik zie er niets van terug – waarvoor doe ik het eigenlijk – ik lijk wel gek”.
In zijn boek ‘Het verhaal gaat…’zegt Nico ter Linden het als volgt: “Als je je inzet voor het koninkrijk van God, is het goed te weten wat een huisvrouw weet die een nietig stukje zuurdeeg in een grote bak met meel doet. Het verdwijnt. Er is niets meer van te zien. Maar de volgende morgen heeft het, o wonder, het gehele deeg doortrokken. Drie maten meel. Net zoveel als Sara bereidde toen God op bezoek kwam, door twee engelen vergezeld. Het is de hoeveelheid voor een feestmaal, genoeg voor een bruiloft!”
Amen.

Bronnen:
Het verhaal gaat, Nico ter Linden;
De nieuwe bijbelvertaling, NBG 2004;
Kind op zondag 2005, NZV uitgevers

Plaatsvervangend muzikaal begeleider Ton Visser achter de vleugel


Geloofsbelijdenis
V. Ik geloof dat wij, mensen, God niet hebben uitgevonden:
A. Hij schiep ons en liet ons Hem kennen om de zin van ons leven te vullen.
V. Ik geloof dat god ons liefheeft, en ons neemt zoals we zijn,
méér intensief dan wij Hem liefhebben en accepteren.
A. Ik geloof dat God altijd zijn woord tot ons richtte
als een vriend, en dat Jezus zijn definitieve woord is.
V. Ik geloof in Jezus als het licht dat mijn leven verlicht.
A. Ik sta achter de idealen waar Jezus voor leed en stierf,
liefhebben, nuttig zijn voor de anderen.
V. Ik geloof dat Jezus tegenwoordig is in ieder ogenblik van mijn leven.
A. Ik geloof dat Hij leeft in ieder mens en dat ik Hem daarin ontmoeten kan.
V. Ik geloof in de kerk die gevormd wordt door de armen die Jezus volgen,
zonder welke vorm van macht ook na te streven.
A. Ik geloof dat wij mensen onherroepelijk geroepen zijn tot broederschap.
V. Ik geloof dat mijn leven zin heeft voor zover ik dat met anderen weet te delen
en stappen zet op weg naar een leven in gemeenschap.
A. Ik geloof dat het leven niet kan eindigen na de dood.
Amen.


Tafelgebed Gij die de stomgeslagen mond verstaat - Oosterhuis / Oomen


Nodiging
In de overtuiging dat wij leven onder de belofte van trouw en aanwezigheid van de Eeuwige, dat wij bezield kunnen worden door dat bijzondere aardse leven van Jezus van Nazareth, mens van vlees en bloed, die zijn leven overhad voor de goede zaak, voor de boodschap van gerechtigheid, vrede en eenheid voor deze wereld.
In de wetenschap dat er een verbond is tussen hemel en aarde en dat dat voelbaar is als je je er voor open stelt.
In de zekerheid dat onze samenleving en onze wereld snakt naar eenheid en evenwicht, willen wij delen met elkaar, delen van brood en wijn, tekenen van leven en van samen.

Iedereen is welkom zonder uitzondering.
Komt want alles staat gereed.


Voorbede
Vader,
Dank voor de mens door jou gezonden:
- die zijn vernieuwende ideeën verkondigde en voorleefde
- die zovelen heeft geraakt met zijn visie
- die krachten losmaakt om het donker te overwinnen
Dank voor die mens.


Zegenbede
Dat onze tong woorden van liefde zal spreken,
Dat onze handen daden van warmte uitstralen,
Dat onze ogen schitteren van genegenheid,
Dat onze oren gespitst zijn op signalen van gerechtigheid,
Dat onze voeten zullen gaan op de weg van de vrede,

De Barmhartige zegene ons en Zij behoede ons,
De Eeuwige doe Zijn aangezicht over ons lichten en zij ons genadig,
De Enige verheffe Haar aangezicht over ons en geve ons vrede.
Amen.

       
 


 
 

RG 2005-07-30 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl