Jos Brink overleden
 
 

Uitvaartkompas

Jos Brink vertelt over zijn werk als pastor. 'Als stervensbegeleider kun je veel voor mensen betekenen. Maar ieder sterven en elke uitvaart is uniek.'

Interview met Jos Brink
Jos Brink staat als acteur, cabaretier, musicalster en schrijver al een generatie lang aan de top van de Nederlandse showbusiness. Hiervoor ontving hij verschillende onderscheidingen en won hij diverse prijzen. Hij speelde in duizenden cabaret- en musicalvoorstellingen en publiceerde ruim veertig boeken, bellettrie en pastoraal-theologische werken. Jos Brink is ook werkzaam als pastor. Samen met zijn echtgenoot Frank Sanders leidt hij het theaterproductiebedrijf Tekstpierement. En sinds de zomer 2004 presenteert hij het tv-programma TV Toppers.

Je bent onder andere bekend als theatermaker en tv-presentator. Vind je dat op toneel of op tv onderwerpen als sterven en rouwen een plaats moeten hebben?
'Ik heb het onderwerp dood nooit gemeden in mijn programma's. Ik heb er veel over geschreven, in allerlei vormen. De dood is net zo fascinerend als het geboren worden. En vanuit mijn optiek is het eigenlijk hetzelfde. Gerrit Achterberg dichtte daarover: "Ik treed opnieuw geboren mijn Schepper tegemoet...". De eerlijkheid gebiedt te melden dat ik ooit een cabaretnummer heb geschrapt waarin de uitvaartleider een aantal dingen kwam bespreken. Het was een persiflage op de commercie rond begraven en cremeren. Het was een hilarische scène, maar af en toe keek ik in de betraande ogen van bijvoorbeeld een mevrouw op de eerste rij, en dat kan dan niet. Ik ben ook pastor en opeens gaat dat wringen. Niet doen dus. Maar verder vind ik dat je best grappen kunt maken over de dood.'

Door grappen te maken over de dood en er over te spreken, zal er minder een taboe op rusten. Merk je in je werk dat dit anders is dan vroeger?
'Ik heb de indruk dat het taboe op het praten over sterven, begraven en alles wat daar omheen hangt aan het inkrimpen is. De situatie zoals die vroeger was: stervenden in het eigen huis of in het huis van de kinderen, met iedereen, inclusief de buren er omheen, zal niet terugkomen. En is ook niet gewenst. Ik kan me situaties voorstellen dat er gebruik moet worden gemaakt van een mortuarium. Toch komt het nog heel vaak voor dat je in rouwadvertenties leest: mamma is thuis. De overleden dierbare bij je houden tot het laatste moment kan een belangrijke start zijn in de rouwverwerking. In de zin van: eraan wennen dat de dode er is en er niet meer is. Je kunt nog even tegen hem of haar praten, je kunt bidden, allerlei rituelen bedenken, samen met anderen. Dat is heel belangrijk.'

Je vertelt dat je naast je werk als theatermaker en tv-presentator ook pastor bent. Hoe ervaar je als pastor het sterven van gemeenteleden?
'Ik ben als pastor uiteraard ook stervensbegeleider. Bovendien ben ik werkzaam in het aidspastoraat. Als jong predikant ben ik ooit begonnen in een verzorgingstehuis. De gemiddelde leeftijd was daar 87. Daar leerde ik het vak. Ik heb veel uitvaarten begeleid. Soms was dat heel moeilijk, soms ook heel troostrijk. Wat ik, ook voor mezelf, het 'prettigste' vind is dat je met iemand meeloopt naar de poort, onderweg besprekend wat en hoe we alles zullen doen, en dat je dat als pastor dan ook kán doen. Overigens is ieder sterven uniek. De uitvaart ook. Bovendien houdt het niet op bij de laatste zegen, de nabestaanden moeten verder.'

Je hebt veel uitvaarten begeleidt en meegemaakt. Vind je dat mensen voldoende weten wat mogelijk is? 'De wet op de lijkbezorging is ingrijpend aangepast. Ik zou willen dat de mensen weten wat er allemaal mogelijk is. Ik zou ook willen dat uitvaartondernemingen de mensen daarop wijzen. Dat gebeurt namelijk niet altijd. Mijn echtgenoot, Frank Sanders, werd ooit heel erg ziek. Ik heb hem gelukkig nog, maar je wordt wel, binnenshuis, geconfronteerd met het onvermijdelijke. Ik heb altijd gezegd: zet mij maar bij het grof vuil! Dat is natuurlijk onzin. Mijn zoon Paul heeft me gedwongen om over mijn eigen reis na te denken. Dat heb ik gedaan. Ik heb geen wensen ten aanzien van begraven of cremeren, daarvoor heb ik teveel gezien. Frank wil graag begraven worden en dan ik ernaast, niet eronder of erboven. “Ja zeg, dat zijn dan twee eigen graven met plek voor zes”, heb ik daarop gereageerd. Hij wil in stilte begraven worden. Met alleen een paar dierbaren erbij.'

En hoe zou je willen dat jouw uitvaart er uitziet?
'Ik heb aangegeven dat ik vanuit Carré wil worden begraven. Daar is de openbare wake. Zo hoort dat bij acteurs. Vandaar naar mijn kerk De Duif, een kippeneindje verderop, voor de uitvaartdienst. Dan naar Westgaarde, met een lekkere hap en snap na afloop. Dus niet dat kopje koffie en een plakkie cake, waardoor de mensen nog dieper in de put raken. Op mijn uitvaart is het een vrolijk samenzijn met buffetten en drank. Het ouderwetse begrafenismaal, zullen we maar zeggen, en die waren er niet voor niets. En dan maar hopen dat mensen mij herinneren als een man die zijn best heeft gedaan in het leven. Maar uiteindelijk geldt:
Wanneer je dood bent groeien alle bomen door
en is de groentenman om negen uur weer open...'

 

 

 

 

 

 

 
       
 

| Archief/Bijdragen | Archief 2007 |

 
 

RG 2007-09-11 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl