Bijdrage Frans Gerritsma - zondag 21 juni 2009

 
 

Voorganger:  Frans Gerritsma

Lector: Angela van der Marck

Lezingen:

Job 38, 1-1

Mc 4, 35-41

 

Woord van welkom.

Goede morgen alle bekenden en onbekenden,

ook namens Angela van der Marck, die vandaag mee voorgaat..

Welkom op deze zondagmorgen , hier in de Duif.

 

In haar boek “de heenreis”

Waaruit de eerste lezing is genomen

vertelt Dorothe Sölle een bekend duitse theologie,

die een aantal jaren geleden gestorven is,

haar religieuze of mystieke ervaring,

die ervaring is een keerpunt in haar leven.

De storm, die haar leven omver had geworpen,

kwam tot stilte.

Vanaf dat moment begint de “terugreis”,

dat wil zeggen,

vanuit deze ervaring, vanuit deze kracht

opnieuw het leven aangaan.

Inzet voor recht en gerechtigheid,

Zijn haar grote thema's

Vandaag gaat het over storm en stilte

God die vanuit de storm tot Job spreekt,

en Job tot stilte breng.

Over de storm op het meer,

en de leerlingen van Jezus bang zijn te vergaan.

Storm en stilte

wat dat met ons geloof doet

Daar willen we vandaag bij stil staan

 

1 e lezing: Uit: de heenreis van Dorothee Sölle

Willen sterven was mijn enige hoop, mijn enige gedachte. In deze situatie kwam ik eens op reis door België in een van die laatgotische kathedralen. De uitdrukking ‘bidden' komt me nu niet juist voor, ik was één enkele schreeuw. Ik schreeuwde om hulp en zonder hulp kon ik me twee dingen indenken: dat mijn man bij me terug zou komen of dat ik zou sterven en dat deze dodelijke martelgang eindelijk zou ophouden. In die kerk schoot me, verzonken in mijn eigen schreeuwen, een woord uit de bijbel te binnen: “Mijn genade is u genoeg”. … Maar ‘God' had me juist die zin ‘gezegd'. Ik kwam uit de kerk en bad vanaf dat moment niet meer dat mijn man bij me terug zou komen. (pg 27)

 

Overweging

Een kind raakt in paniek, wanneer het zich plotseling bewust wordt, dat Vader of moeder niet in de buurt is. Mensen raken in de war en gedesoriënteerd, wanneer de beschermende nabijheid van de ander er niet meer is. Mensen schreeuwen het uit, wanneer degene op wie ze vertrouwden, met wie ze een band hadden, van wie ze hielden, er niet meer is of nog erger hen in de steek heeft gelaten.

 

Wij hebben bescherming nodig. Bescherming van een kleine vertrouwde wereld van mensen met wie we ons verbonden weten, bij wie we onszelf kunnen zijn. Tegenover een grote wereld, waarin mensen ingeruild worden voor anderen, mensen meer en nummer of barcode zijn, waardoor we ons niet altijd veilig voelen en niet zeker zijn van de welwillendheid van anderen.

 

Zonder bescherming, voelen we ons bedreigd. Zonder bescherming geen leven. We hebben een hand boven ons hoofd nodig, die je doen en laten zegent en met liefde en genegenheid je leven geeft. Een hand die je gereikt wordt, juist in al je kwetsbaarheid.

 

Wanneer die beschermende hand weg valt, dan valt de hardheid van het leven in volle hevigheid op je. En soms kunnen mensen, in de meest verlaten momenten, het alleen nog maar uitschreeuwen, zoals we hoorden van Dorothee Sölle.

 

Of we proberen met allerlei redeneringen en logica de zin te ontdekken van deze desolaatheid, zoals Job, die het ergste overkomen is van wat een mens maar kan overkomen. Het verlies van zijn dierbaren door de ene ramp na de andere. Ze proberen het logisch te verklaren. De slechtheid van de mens is er de oorzaak van. Cru gezegd het is je verdiende loon. Maar daarin weigert Job mee te gaan. Hij houdt staande dat zijn eigen gedrag niet de oorzaak is van al zijn ellende. Dat is zijn heiligste overtuiging, aan die overtuiging hecht hij zich, en houdt hij zichzelf staande. Het boek Job komt tenslotte tot de conclusie dat die logica niet klopt. Nadat ze uitgediscussieerd zijn, ze het opgeven een verklaring te vinden, ontstaat er in de stilte iets nieuws

 

Wanneer de leerlingen totaal ontmoedigd, dat hij niet ingrijpt in deze barre situatie, Jezus verwijtend wakker maken; “Meester kan het u niet schelen dat we vergaan”, ontdekken ze dat ze niet eens weten met wie ze “in de boot” zijn gegaan. Ze wisten niet dat Hij iemand was die hun storm, hun angst, kon doen stillen.

 

In de ruimte van de kathedraal, krijgt de schreeuw van Dorothee Sölle ruimte. In die ruimte dringt er weer iets van de beschermende God tot haar door. Een woord dat haar stil maakt “Mijn genade is u genoeg”. Dat geeft haar ruimte en toekomst, zet haar weer op eigen benen, met een versterkt geloof. Vanuit deze bescherming, waarin het vertrouwen in haar kracht en kunnen bevestigd wordt, zal ze haar verdere leven, vanuit die ervaring zich inzetten voor de mens. Opkomen voor de miskende verdrukte en lijdende mens. Haar boek “mystiek en verzet” heeft dan ook de veelzeggende subtitel “Gij stil geschreeuw”. Gods schreeuw om recht en gerechtigheid?

 

Het nieuwe bij Job is, dat er van Godswege bevestigd wordt dat hij een beter beeld van God gegeven heeft dan zijn zogenaamde vrienden. Door er aan vast te houden dat de ramp die hem trof niet een vergelding was voor kwaad dat hij zou hebben gedaan. In het boek Job wordt afgerekend met de logische redenering, dat wat je aan slechts overkomt een straf van god is. Het boek Job laat eerst alle logische bedenkingen over God en het lijden aan het woord komen. Ze worden niet uitgeschreeuwd, maar breed en uitvoerig uitgemeten, want er gaat heel wat in mensenhoofden aan argumenten om. Maar Job en zijn vrienden raken uitgepraat en dan stormt als het ware een andere God bij hen binnen met de vraag: mens wie ben jij.

 

“Waar was jij toen ik de aarde grondvestte”. Het roept een ander beeld van God op, waar Job stil van wordt, die zijn vragen doet verstommen. En in die stilte krijgt God ruimte, komt God tot leven. Is Hij niet langer gebonden aan onze logica, aan ons mensen verstand en is Hij op een nieuwe manier te ervaren. Dat maakt God groter dan ons mensenverstand .

 

Ze hadden gedacht, dat het niet zou stormen in hun leven, wanneer ze met Jezus “in de boot” gingen. Ze bleven de angstige mensen die ze altijd al waren geweest, mensen op zoek naar bescherming. Want dat kon Jezus toch bieden. Dat kan toch een wonderdoener in hun midden. Het zal steeds weer op een teleurstelling uitlopen. Die bescherming kan hij niet bieden. Het geloof is geen bescherming tegen allerlei kwalen. Door deze storm heen, de angst te vergaan, je leven er bij in te schieten, ontdekken wat geloof wel is. Wanneer de storm geluwd is ontstaat er een verwondering , worden ze stil. Wie is Hij, wat is het zonder angst te leven. Hoe beschermt God Hem, wat is zijn eigen kracht..

 

De schreeuw, de storm maakt ruimte.

Ruimte waarin iets nieuws gebeurt.

In de stilte, die op de storm volgt, horen en zien we andere dingen. Geloven we anders.

De stilte daar gaat het om,

wat we in de stilte ervaren

heeft alles te maken met verbondenheid

en dat is een kracht, die leven geeft.

 

In meditatie oefenen we de stilte. En ieder die dat probeert, moet iedere dag weer opnieuw alles wat daar woed aan gedachten en emoties in ons hoofd, de kans geven om uit te woeden.

Dan kan de stilte een ervaring opleveren

alsof je er de eerste scheppingsdag bij was

Een onmetelijke ruimte om te leven.
 
       
 

| Archief/Bijdragen | Archief 2008 en 2009 |

 
 

RG 2009-07-07 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl