Bijdrage Harris Brautigam, viering 20 sept. 2009

 
 

Voorganger: Harris Brautigam

Lector: Sem van der Pol

Thema: Zien is meer dan kijken.

Lezingen:

Galaten 5; 13-18

Delen - uit: Kerk & Ambt, pg 27, Uitgave Valkhof Pers, Nijmegen,)

Aanwezig - uit: Kerk & Ambt, pg 27, Uitgave Valkhof Pers, Nijmegen)

 

Welkom en Inleiding

Ongeveer twee jaar geleden verscheen er een boekje met de titel ”Kerk & Ambt”. De schrijvers waren 4 paters Dominicanen, theologen van formaat. Er was een pleidooi in te lezen, gericht aan de RK Kerk, om af te stappen van het benauwde standpunt dat alleen gewijde priesters de Eucharistie mochten bedienen. In hun uitwerking maakten ze duidelijk dat dat kerkelijke standpunt theologische niet juist was. Bovendien was het juist vanwege het gebrek aan priesters, heel schadelijk voor de geloofbeleving van velen. Kerken werden gesloten, kerkgemeenschappen worden bij elkaar gevoegd, en de priester wordt als een soort ronderenner van de ene kerk naar de andere gestuurd, om daar de mis te gaan vieren.

Een ongezonde situatie die veel mensen meer en meer van de kerk vervreemdde.

Daarom hun pleidooi, om zoals in de eerste christentijd, mensen uit de gemeenschap te kiezen om in de eucharistie voor te gaan.

 

De rapen waren meteen gaar. Hoogkerkelijke bonzen reageerden verwoed op dit afvallige geluid. Dit was ketterij, en meer van dit soort onzinnige reacties.

 

Ik koos als lezing 2 fragmenten uit hun werk. Met toestemming van de uitgever mocht ik ze overnemen. Die heb ik het maar gevraagd om de paters te ontzien. Het Vaticaan was toch al zo boos op deze ongehoorzame zonen en deed er alles aan om verspreiding te voorkomen.

 

Ik doe dit vanuit mijn geloof omdat het gaat om Hem, de Altijd Aanwezige, de cirkel en kern van ons leven. Omdat ik met lede ogen moet toezien hoe meer en meer mensen mede door dat starre kerkelijke beleid van die man van Nazareth vervreemd raken.

Ik doe dit omdat ik nog steeds hoop op echte ruimte!

En omdat ik geloof dat we geroepen zijn om met en voor elkaar ruimte te zoeken!


Overweging.

Ik was 7 jaar toen ik mijn eerste communie deed in de Obrechtkerk, hier in Amsterdam. De zusters van de Banstraat hadden ons gedrild, zodat op de hoogtijdag alles vlekkeloos zou verlopen: belletje, stap naar voren, belletje knielen, handen onder het linnen, wachten op de hostie op je tong, belletje: opstaan, belletje stapje terug, belletje: naar je plaats op je knieën en handen voor je ogen. En bidden. Praten met Jezus. Die was in je hartje. Dat hadden de zusters me allemaal verteld. En ik geloofde. Hoe het allemaal in zijn werk ging, daar stond ik niet bij stil.

Er was iets van contact. Er was iets van vriendschap. Kinderlijke vriendschap. Ik ben, ondanks alle kinderlijke angsten en zenuwtjes, nog dankbaar voor die speelse inwijding in dat grote geheim van een vriendschap met Gods Zoon.

 

En zoals het altijd met vriendschappen gaat, zo is het mij ook vergaan. Met ups en downs, met intiem beleven en ver weg, met begrip en onbegrip. Maar toch, dank zij velen, ouders, opvoeders, begeleiders, preken en bijbel een groei naar een meer volwassen verhouding. Het vriendje van je kinderjaren werd een Verlosser. Werd Zoon van God. Knooppunt en vervulling van Gods beloften zoals in Heilige boeken van de Bijbel neergeschreven.

Zo werd en wordt voor mij het breken en delen van de beker een intens moment van herinnering. Symbool van het laatste Avondmaal. Jezus met zijn leerlingen. Zichzelf volledig uitleverend aan zijn leerlingen en in hen aan ons. Aan mij. Aan U. Maar het werd ook meer dan een herinnering: een opdracht

 

Ik kies er nog steeds voor om dit bijzondere gebeuren niet naar het rijk van de fabeltjes te verwijzen. Ik kies er voor om dit bijzondere moment uit de geschiedenis te aanvaarden als ook voor mij, voor ons bestemd. Om, zoals zo velen voor ons hebben gedaan, van de eerste leerlingen af aan de uitdaging die dit wonder voor ons inhoudt present te houden. Dat heeft te maken met Jezus van Nazareth, Zoon van God. Mens met de mensen. En in Zijn mens-zijn het onvervangbare teken van God onder ons.

 

Wij zijn een oecumenische basisgroep, maar we hebben de katholieke gewoonte overgenomen om elke zondagse bijeenkomst te doen wat Hij met zijn leerlingen toen heeft voorgedaan. Daarmee willen we vasthouden aan die uitnodiging om niet kwijt te raken waartoe Hij ons uitdaagt: om net zoals Hij verantwoordelijkheid te nemen voor de schepping die God ons in handen heeft gegeven.

 

Het zijn grote idealen die we durven aanduiden als we spreken van ‘verantwoordelijkheid nemen voor Gods schepping'. Dagelijks worden we geconfronteerd met onze onmacht. Wij weten zelf niet wat we kunnen doen. En van degenen van wie wij wat verwachten, pollitici bijvoorbeeld, zien we niets dat hoop geeft. Recent nog was dat het geval met het schamele politieke gestuntel n.a.v. de Troonrede. Wat ik daarvan zag op de TV aan vliegen afvangen en interrupties, dat had veel weg van wat Paulus schreef: ‘Maar als gij elkaar blijft klauwen en bijten, vrees ik dat gij elkaar in het eind zult verslinden'!

 

Het is een beetje verleidelijk om stil te blijven staan bij dat genante gedoe. Net zoals het soms als een last op je kan drukken hoe grote economische machten hun monopolys uitbuiten ten koste van de kwetsbare en onderontwikkelde of uitgebuite landen. Hoe bezorgde mensen angstig uitkijken naar de komende klimaatconferenties, waar de rijkste landen waarschijnlijk weer uit angst om hun rijkdom te verliezen het klimaat bereid zijn te verwaarlozen.

Het is ook, en nu gezien van uit een andere hoek, ronduit treurig dat het Godsgeschenk van de Eucharistie een kerkpolitieke prestigekwestie is geworden van de RK Kerk om zo de machtspositie van de klerikale stand vast te houden.

Dit zijn een paar intrieste constateringen, maar we kunnen er niet bij stilstaan. We mogen er niet bij stilstaan. Want dan zouden we het wonder van de Eucharistie door dit soort negatief gedoe laten overschaduwen. De uitdaging ligt voor ons: in ons samenzijn rond de tekenen van Brood en Wijn. Heel de wereld, zo lazen we in dat fragment van vandaag, ligt op ons bordje! In de Naam van Hem die ons uitdaagt te doen als Hij.

 

Dat is veel gevraagd. Een directe confrontatie met onze onmacht.

Teveel gevraagd? Nee, dat niet, maar wel teveel als wij geen maat houden. Als we onze grenzen niet reëel onder ogen zien. Dan vertillen we ons en zien we niet waar wél onze kansen liggen: naast ons, tussen ons, tegenover ons. In het stemhokje. Als we ons vertillen, geen maat weten te houden, dan zien we niet dat we, net als Hij bevrijders kunnen zijn omdat we echt luisteren, echt kijken, duidelijkheid brengen, misschien troost geven.

Het klinkt misschien allemaal een beetje tuttig en knullig, maar wat liggen in die houding een massa mogelijkheden. Een vrijheid, zoals Paulus aangeeft, een vrijheid van omgaan met elkaar en met de wereld waarin we een eigen plaats hebben.

 

Wij vieren Brood en Wijn: de uitdaging van de Heer. Zoals we hier in onze Duif al vele jaren doen. Als teken van hoop die we met elkaar willen delen, waartoe we bereid zijn om elkaar daarvoor te blijven inspireren: een teken van hoop dat we bereid zijn om in woord en daad te bouwen aan een tijd waar in ieder mens recht zal gedaan worden.

Als teken van bereidheid om te blijven zoeken naar bondgenoten die met ons dat wonder van de Eucharistie willen blijven delen met elkaar!

 

Zo moge het zijn: Amen

 

 
       
 

| Archief/Bijdragen | Archief 2008 en 2009 |

 
 

RG 2009-09-21 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl