Bijdrage Harris Brautigam - zondag 29 november 2009.

 
 

Voorganger: Harris Brautigam

Lector: Thea van Deijl

Thema: 1e Avent: Het wonder geschiedt aan onszelf;

deel 1: Horen

Tevens de doopviering en naamgeving van: Noa

de zoon van Sergio en Jet Herrera – Lambo

Lezingen:

Inleiding en welkom

Vandaag 1 e zondag van de Advent. We bereiden ons voor op het geboortefeest van Kerstmis. Waar blijft de tijd?!

 

Bij Kerstmis ligt de nadruk meer op het geschenk van de volheid van leven dan op de biologische gebeurtenis van een geboorte. Wij geloven, of proberen dat althans te geloven, dat de komst van Jezus van Nazareth in deze wereld, de waarde van het menselijke bestaan op een hoger plan brengt. Het is de betekenis van de wonderen om dat te benadrukken.

Omdat onze zintuigen – horen, zien, proeven en tasten – ons in aanraking brengen met die wondere werkelijkheid van ons leven en Gods leven met ons, willen we de komende adventszondagen nader ingaan op die zintuigen.

Vandaag: horen. In al zijn facetten: horen, aanhoren, luisteren, tot je door laten dringen. Kortom dat het in het leven verder gaat dan wat klanken over je heen laten komen!

 

Maar vandaag is er meer: we dopen een kind. En zijn naam mag gehoord worden. Nee, moet gehoord worden om hem een menswaardig bestaan te geven!

Want écht horen betekent iemand in je leven betrekken.

We vieren dit op deze eerste zondag van de Advent, om er aan te wennen dat zo alleen ook God zich in ons leven laat betrekken! Door Hem te horen!

 

Overweging.

“Wat heb ik eigenlijk met God”,

dat is een vraag die ik mezelf regelmatig voorhoud. Niet dat ik er nachten van wakker lig, maar toch: het houdt me bezig. En naast al de goede herinneringen uit mijn jeugd en verdere voorbije tijd, merk ik dat even regelmatig de tekst van een gedicht van Huub Oosterhuis ook door me heen flitst:

 

“Die zegt God te zijn, laat hij te voorschijn komen.

Wat hebben wij aan een naam alleen.

Laat hij opstaan, dat wij hem zien

Stem uit het vuur, wolk in de verte

Zijn niet genoeg voor deze aarde, van scherven en rook

Waar ons geen leven gegund wordt”!

 

Ik lees de regels van dit gedicht voor met alle verontwaardiging die in mij is. Ik ben woedend. Waar is die machtige God van mij? Ik balanceer op het randje van geloof en ongeloof. Wat schiet ik op met een naam alleen?

Zijn mijn verwachtingen te hoog gespannen?

 

Maria, die door de engel aangesproken wordt en te horen krijgt dat zij haar kind de naam ‘Jezus' moet geven, buigt haar hoofd: “Zie de dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar uw woord”. In de aangekondigde naam hoort zij de Bijbelse belofte van alle eeuwen. Ze herkent in de woorden van de ‘engel – boodschapper' de profeet Jesaia die lang tevoren al voorspelde: “Nu heb ik er één verwekt om gerechtigheid te bewerken”. De naam van haar kind zal onverbrekelijk verbonden zijn met ‘gerechtigheid – bewerken'!

Hoe? Zij weet het niet. Maar zij, en ieder die dit verhaal leest en te horen krijgt kan weten: Gods belofte is in haar vervuld. God kan en wil niet meer terug. Bij zijn doop in de Jordaan door Johannes de Doper zal God zijn naam zegenen.

Zegenen is een bijzonder gebaar. Meer dan een erelintje of eretitel. Het betekent dat zijn naam is geladen met kracht tot heil van de mensen. Het is de rode lakzegel van een vervulde belofte. Zijn naam is gesteld tot heil. Van velen! Van ons! Hoe kunnen dan mijn verwachtingen te hooggespannen zijn?

 

De H. Schrift kent vele verhalen die Gods hartstocht naar gerechtigheid en heil vertellen in alle toonaarden. In profetieën, in psalmen, vertellingen.

Verhalen die ook dikwijls weergeven hoe mensen toegewend horen en luisteren. Verhalen die ook duidelijk aan de kaak stellen hoe God reageert als mensen niet reageren. Het verhaal van God met de mensen is er een van wederkerigheid, van ‘hoor en wederhoor'. Van ‘vraag en antwoord', van ‘actie en reactie'. Kortom van dialoog!

 

Het verhaal van Noach is er zo één. Een van de velen. In een wereld vol scherven en rook klinkt die stem dat het anders kan en moet. Noach hoort en verstaat de opdracht. En bouwt de ark. Ondanks alle lachers en verkwisters. En zo wordt zijn naam onvergetelijk omdat hij de roep van de Eeuwige tot zijn hart laat doordringen. En dat is een kunst apart. Het ongehoorde horen om met het hart te zien. En dáár op die plek de dialoog aangaan!

 

Zal er ook nu weer, en dit even als een benauwd terzijde, een Noach opstaan in Kopenhagen die de steeds indringender noodkreet om het behoud van onze aarde met zijn gehavend milieu en bedreigde volkeren wil aanpakken en er alles op zet om er naar te handelen?

 

Wij dopen vandaag een kind, zoon van Sergio en Jet Herrera – Lambo. Dopen is niets anders dan de naam van een mens nadrukkelijk present stellen voor het aanschijn van God en zijn gemeenschap.

Een naam geven en noemen betekent een mens ontrukken aan de vergetelheid van het toevallige. Het mensenbestaan is niet een kwestie van komen en gaan, van stof zijn en zomaar tot stof terugkeren, het is een kwestie van vol worden in het besef geroepen te zijn.

Maar geroepen zijn betekent dat er geroepen wordt. Dat er iemand is die roept: een persoon of een gemeenschap. Betekent dat de roep duidelijk is. Betekent ook dat de roep wordt gehoord!

Dat er bereidheid is om te horen.

 

Dopen is een daad is die een hele gemeenschap raakt. Het is een daad van geloof in God. Maar ook een daad van geloof in ‘mensen – met – elkaar' die Gods hartstocht om gerechtigheid willen overnemen en bereid zijn uit te voeren en te verwezenlijken.

Dopen is tegen een mens zeggen: we hebben je nodig. Wees welkom in ons midden. Ontplooi je leven, trek met ons op. Wij nemen je mee. Wij beloven je te vertellen wat wij over God en zijn bedoelingen met onze wereld weten. Wij vangen je op. Wij sluiten je naam in onze harten. Wij bidden voor jou met je ouders voor een gelukkig en mooi leven.

 

Wij roepen jou bij je naam, en wachten vol spanning op het moment dat je terugroept, als teken dat je onze roep hoort en verstaat. Je maakt ons gelukkig met die eerste stamelende tekens van herkenning: een oogopslag, een geluidje, de eerste woordjes. Woordjes die gaan uitgroeien tot zinnen, uigesproken gedachten en gevoelens, waarop wij kunnen reageren. Waarop wij niet anders kunnen doen dan antwoorden, waardoor wij woorden uitwisselen met elkaar om onze harten te peilen.

Wij weten goed hoe we met elkaar moeten omgaan, hoe we de stamelende woorden met ons aanhoren en reageren kunnen stimuleren. Zo, en zo alleen geven wij een mensennaam een zinvol bestaan. Zo delen wij groei met elkaar.

 

“Die zegt God te zijn, laat hij te voorschijn komen.

Wat hebben wij aan een naam alleen.

Laat hij opstaan, dat wij hem zien

Stem uit het vuur, wolk in de verte

Zijn niet genoeg voor deze aarde, van scherven en rook

Waar ons geen leven gegund wordt”!

 

Zoals de naam van een kind in onze handen wordt gelegd, zo werd via Maria ook Gods naam in onze handen gelegd.

Zoals wij met de naam van een kind omgaan, zo kunnen we niet anders doen dat met de naam van dat kind door God ons geschonken:

Onze verwachtingen zijn te hoog gespannen als we denken dat het voldoende is om God uit te dagen: en roepen laat hij opstaan, dat wij hem zien. God komt alleen in een gesprek, in hoor en wederhoor, als wij met elkaar Zijn Naam koesteren als van een kind, met elkaar gespitst op wat Hij echt zegt, als Hij woorden spreekt van liefde en warmte, die hij met elk nieuw mens midden onder ons aanwezig houdt!

Mogen wij niet opgeven met ons hart te horen!

 

Doop van Noa:

 

 

 
       
 

| Archief/Bijdragen | Archief 2008 en 2009 |

 
 

RG 2009-11-29 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl