|
||||
Bijdrage
Sem van der Pol - zondag 5 juni 2011 |
||||
“...
Het is verleidelijk te kiezen voor de dooddoeners en
Op zichzelf staat er voor vandaag geen eenvoudig thema op de rol. Aan de andere kant lijkt het wel een heel actueel thema te zijn, we zien het terugkomen op het 8 uur journaal en ook in onze gemeenschap lijkt het op de achtergrond zijn rol te spelen. Een belangrijke vraag bij afscheid kan zijn of je er nog in gelooft, er nog heil in ziet en zo ja, hoe ver wil je er dan voor gaan? Het al dan niet afscheid nemen hangt vaak sterk samen met het geloof in dat waar het om gaat. Echter niet elk afscheid is een zelfgekozen afscheid, soms wordt je voor een voldongen feit gesteld. Toch geloof ik dat we tot meer in staat dan we zelf denken. Het is verleidelijk te kiezen voor de dooddoeners en vooral doekjes voor het bloeden uit te delen als het om afscheid gaat. Dat we onszelf eraan verwonden moge duidelijk zijn, in het leven dat ons gegeven is op gezette tijden afscheid nemen van dierbare anderen of fijne plaatsen verlaten. Het leven neemt altijd zo zijn eigen loop. Het meest van allemaal ervaren we de pijn van afscheid nemen bij het overlijden van een dierbare. Zelfs als ook dit een afscheid is van een voldragen leven, vergt het nogal wat om ook dit verlies een plek te geven.
We voelen het even goed bij het verliezen van geliefde, als een liefde overgaat is men de weg een tijd lang kwijt… De leegte die een dergelijk persoon achterlaat, juist omdat deze persoon je zo nabij gekomen is. En elke keer wanneer zoiets gebeurt kan de pijn weer even groot zijn als de keer ervoor.
Aan de andere kant betekent het einde van iets ouds ook weer het begin van iets nieuws, nieuwe deuren gaan mogelijk pas open als oude gesloten worden. Vaak is het ook weer zo als iets afgerond wordt daar in het leven iets nieuws voor in de plaats komt. Al vergt dat veerkracht en investeringsvermogen ook het nieuwe er te laten zijn. Soms bemerk ik ook bij mezelf dat ik blijf staren op dat wat vroeger was, draait er in mijn hoofd een oude plaat af, een plaat van zelfafkeuring en beschamende gevoelens. Maar zegt Hij Ik ga iets nieuws beginnen, het is al begonnen… Laten we ons proberen te verplaatsen in de situatie waarin de hoofdrolspelers van Johannes 17 zich bevinden. Ze hadden eindelijk hun dierbare persoon teruggevonden die zo opeens uit hun midden was weggerukt. Toen ze hem terug hadden gevonden konden ze het bijna niet geloven en een van hen wilde eerst zijn hand in de wonden leggen waaraan Hij ten onder was gegaan. De vreugde van Pasen… En mogelijk was er bij enkele van hen opnieuw de hoop gerezen dat alles weer zal worden zoals het vroeger was. Terwijl, de weg terug is veel moeilijker in te slaan als je van tevoren vermoed, want het leven gaat verder... De vraag is hoe je jezelf kunt aanpassen aan de nieuwe omstandigheid, wat wordt er in een nieuwe situatie van je gevraagd… Hij spreekt hier zijn afscheidswoorden tot hen, is nog eenmaal hun pleitbezorger, dat het hen voor de wind gaat en hij ziet in welke lastige omstandigheid zij verkeren. Onze lezing eindigt met de woorden ‘Zodat zij een zijn zoals wij een zijn’. Deze woorden doen mij denken aan het lied Testament van de zanger die ook niet meer onder ons is, Bram Vermeulen. Hij zingt in dat lied over de dood, zijn dood, ‘als ik dood ben treur maar niet, ik ben niet echt weg moet je weten, het is het verlangen dat ik achter liet. Dood ben ik pas als jij mij bent vergeten.’ Zo kunnen we hen die ons ontvallen zijn levend houden, zij leven in ons voort, ook al is er niet meer de schouder waarop je eventjes kunt bijkomen als je daar behoefte aan hebt. Je kunt hen levend houden en hen daarmee recht doen aan wat ze voor je hebben willen betekenen en je hebben willen meegeven. Zo blijkt weer dat het werkwoord liefde niet voltooid verleden tijd wordt ná het afscheid. Net zoals het verbond dat Noach wordt gegeven, dat ook geen statisch gegeven is, voor elk verbond en elke verbinding blijft er niet aflatende aandacht en toewijding nodig. Als je afscheid neemt krijg je ook de kans om een nieuwe start te maken en dingen te doen waar je eerder niet aan toekwam, omdat de omstandigheid hier geen ruimte voor gaf. Hoewel eindigheid en sterfelijkheid lastig te aanvaarden zijn zit er wellicht toch de grootste zegen van het leven in verborgen. Het zet ons er toe aan de dingen te doen die moeten worden gedaan en die we willen doen, zo geeft het einde ons de kans te woekeren met de datgene wat we in het leven tegenkomen. Afscheid, misschien haat je het wel. En dan is het goed om te bedenken dat liefde meestal aan de haat vooraf gaat en dat er na haat ook weer liefde kan stromen. Uiteindelijk is het de liefde die overwint, alles verdraagt zij, telkens weer gelooft zij… Niet zachte, zoete liefde, maar liefde die wordt gedaan, die liefde die als het er op aankomt harde noten durft te kraken. Het blijft een zoektocht, hoe je nu het best met afscheid kunt omgaan en er na de te kijken op de wijze zoals Michelangelo ons heeft meeegeven: elk afscheid is de geboorte van een mooie herinnering. Zo moge het zijn!
|
||||
|
||||
FV & RG 2011-06-10 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl |
||||