Bijdragen Jan Andreae en Johan van Breukelen
zondag 12 februari 2012

 
 


Voorgangers: Jan Andreae en Johan van Breukelen
Thema: Over de naderende dood

Eerste lezing: Genesis 12: 1-2
Tweede lezing: Eckart Tolle

Over de naderende dood


“ ... Het thema vandaag is de naderende dood.
Maar het gaat natuurlijk over het leven.
Het leven van Nu.
Ik haal nu energie uit het creŽren van beelden, teksten, ontmoetingen.
Ik maak plannen voor de nabije toekomst
en ben tegelijkertijd bereid om elk moment het leven los te laten.
Ik balanceer op die scheidslijn ...”


Welkom en inleiding

Aan ieder van ver of van dichtbij:

Welkom als u of jij hier voor het eerst bent, welkom familie en vrienden van Johan, welkom als je hier zo nu en dan komt, welkom als je hier elke week aanwezig bent.
Ongeacht je geloofsovertuiging, je visie, je opvattingen, je denken over God en gebod.
Iedereen hier in deze gemeenschap van bewogen en bevlogen mensen is welkom, niemand is uitgesloten.
Deze gemeenschap, deze duif heeft als uitgangspunt dat wij altijd samen zoekende zijn.
Wij hebben geen voorhanden waarheid, geen dogma. Wij leren hier vooral stamelen, brengen onszelf naar plekken van moeite om onszelf trage vragen te stellen. Jij daar op die stoel je bent meer dan welkom.
Dat hier is altijd uitgangspunt.

Het is zoals iedere zondag een speciale dienst.
Samen met mijn goede vriend Johan is het thema gekozen: de dood naderbij.
Voor hem nu heel letterlijk, voor ons allen de onherroepelijke toekomst.
Dat is wat we weten, in die toekomst willen we in deze dienst stamelend een perspectief creëren, waar we ons aan vast kunnen houden.
Van tijd naar eeuwige tijd, waar we woorden voor proberen te zoeken.
En als we die mogen en kunnen verstaan, dan is niemand meer alleen.

Gebed
Die wij noemen onnoembare, die wij noemen eeuwige, die wij noemen stilte, die wij noemen god, die wij noemen Allah, die wij noemen Boeddha, die wij noemen stilte, die wij noemen: je bestaat niet.
Hoe wij ook noemen en woorden geven, we zijn hier.
Laat ons een moment stil zijn, om aan te kunnen komen bij onszelf

Stilte

Laat de naderende dood ons ontgrenzen
Laat ze ons een ruimte ingaan, die we mogen noemen scheppende vrijheid
Onbegonnen begin,
Ondoordringbare nacht van het lijden
Ik zoek jou en uw ogen
Ongemaskerde vriend
Hoe hier nu verschijn je me
Amen

Eerste lezing: Genesis 12: 1-2
De Heer zei tegen Abram: 'Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten en ga naar het land dat ik je wijzen zal.
Ik zal je tot een groot volk maken. Ik zal je zegenen. Ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn.'


Half september 2011 kwam bij mij het bericht binnen dat de kanker terug is. De Oncoloog was helder over de vooruitzichten: Geen kans op genezing en maar ‘beperkte tijd’ van leven: Een half jaar? Eén, of misschien nog wel twee jaar? En op de dag voor kerst, de dag dat ik mijn broer begraven heb, hoorde ik dat er ook een tumor in mijn hoofd zat.

Sinds ik weet dat ik niet meer zal genezen zeg ik wel eens dat ik een grote reis ga maken. Alsof ik, net als Abram, ook een oproep heb ontvangen: Trek weg uit je land, verlaat je familie, verlaat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen. Ik weet niet precies waar naar toe en wat er voor me ligt. Ik voel wel aan dat er iets heel bijzonders te gebeuren staat.

Ik heb eerlijk gezegd niet zoveel met de bijbel. Maar toen een goede vriend me op deze tekst in Genesis wees herkende ik mezelf wel in die Abram: Hij hoort ook een innerlijke stem, misschien is het zijn intuïtie, of zijn eigen verlangen: er moet iets anders zijn, iets beters, iets dat meer leeft, iets dat waarachtig is, met een ruimer perspectief. Ik herken dit verlangen al vanuit mijn vroege jeugd. Ik voelde de benauwdheid van het grote arbeidersgezin waar ik als nakomertje in opgroeide. Ik voelde me anders, en ging al jong en tegen alles in, mijn eigen weg.

Abram moet ook ergens gedacht hebben: Klopt mijn intuïtie wel? Neem ik niet een enorm risico? Gooi ik niet alles wat waarde heeft weg? Er moet bij hem ook onzekerheid geweest zijn. En angst. Maar ook opwinding, nieuwsgierigheid, nieuwe wegen, nieuwe mogelijkheden, openingen naar onbekende gebieden, een groot avontuur.

Het kan tot grote dingen leiden als je luistert naar je innerlijke stem. Abram wist op het moment dat hij zijn innerlijke stem volgde en op pad ging, nog niet dat hij daarmee aartsvader zou worden van 3 wereldgodsdiensten. Als hij het van tevoren had geweten, had hij misschien wel geen stap durven zetten.

In de zestig jaar dat ik hier nu ben, heb ik het niet gebracht tot aartsvader van wat dan ook. Wel heb ik veel ruimte gekregen, en dankbaar aangenomen, om te leren, om me te ontwikkelen. Ik ben beeldend kunstenaar, begeleider van groepen rondom bewustzijn, ik leef bijna 40 jaar samen met een bijzondere man, ben vader van drie prachtige kinderen. Ik zal je tot een groot volk maken. Ik zal je zegenen, Ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn.

Dat grote volk versta ik als: Je zult niet alleen op jezelf staan in je leven, je zult deel uitmaken van een groter geheel. Dat is een mooi perspectief. En als er staat: Ik zal je aanzien geven, gaat dat niet over persoonlijk succes,(dat heb ik trouwens wel lang gedacht) maar over een geschenk en een grote genade: Je mag iets van Gods licht, de eeuwige straling van alle dingen, herkennen, zichtbaar maken en doorgeven.
Voor de grote reis die ik ga maken, die iedereen een keer gaat maken, heb ik niets aan veel bagage. Alles wat er nog in mijn koffer zit ben ik ter voorbereiding aan het uitpakken; dingen, spullen, gedachten, beelden, illusies, alles waar ik gehecht aan ben, alles wat ik denk te weten. Het lijkt van geen enkel nut. Het lijkt me het beste dat ik licht reis.

Johan van Breukelen, Utrecht woensdag 25 januari 2012

Tweede lezing: Eckart Tolle.
Hoe kan je op zo'n manier bij het proces van de naderende dood aanwezig zijn,
dat het iets is wat gevierd kan worden?


Leven met het besef van eindigheid is mij niet onbekend. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig ben ik als begeleider intensief betrokken geweest bij groepen rondom hiv & aids. In die tijd had je met de diagnose hiv /aids onherroepelijk nog maar kort te leven. Ik zag om me heen dat veel mensen in die korte tijd, met de dood voor ogen, intensiever en bewuster gingen leven. De urgentie maakte het blijkbaar mogelijk om het alledaagse gedoe te overstijgen en contact te maken met waar het echt over ging. En tegelijkertijd ontstonden er overal netwerken van concreet gemaakte liefde: van mensen die voor elkaar gingen zorgen en elkaar wilden dragen.
Het was voor mij, als ‘gezonde’ man, een eer om bij deze groepen te mogen zijn. Hier heb ik echt geleerd wat het betekent om ‘te zijn met wat er is’ en ‘te doen wat je te doen staat’. Hier heb ik gezien en ervaren wat er voor potentie in mensen zit als het er op aankomt. Hier heb ik opnieuw besloten dat ik niet eerst de dood aangezegd hoefde te krijgen om wakker te worden, om met meer bewustzijn te leven. Ik heb er zelfs mijn werk van gemaakt.
In die zin leef ik mijn halve leven al met de naderende dood. Zoals we dat in wezen allemaal zouden kunnen doen. Het enige verschil is dat het mij nu letterlijk is aangezegd waardoor het voor mij nog wat urgenter lijkt. De aanzegging van mijn komende sterven zie ik, net zoals ik het hele leven zie: als een oproep om te functioneren en te creëren. Gewoon de mogelijkheden zien en benutten tot de laatste zucht. Hoe kun je op zo’n manier bij het proces van de naderende dood aanwezig zijn, dat het iets is wat gevierd kan worden? Een mogelijkheid om er beter van te worden, voor iedereen die er mee te maken krijgt, of je nu ziek bent, binnenkort dood gaat of nog even gezond achterblijft. Wij allemaal dus. Niemand uitgezonderd.
In onze samenleving wordt de dood gezien als negatief. Mensen zijn vaak geschokt of zelfs verontwaardigd wanneer iemand ongeneeslijk ziek blijkt, of sterft. Alsof er iets vreselijks mis is. Alsof het iets is wat niet zou mogen gebeuren. We leven niet meer met de vertrouwdheid met de dood zoals in andere culturen wel meer gebeurt.
In het dagelijks leven wordt de dood vaak ontkend. Het dode lichaam wordt verborgen, weggemoffeld. In India kan je zien hoe dode lichamen door de straten gedragen worden en in het openbaar verbrand. Voor ons is dat iets gruwelijks.
De naderende dood is voor mij niet beangstigend, zwaar, verdrietig, of onbarmhartig. Ik ben bevoorrecht en gezegend dat ik tijd en ruimte heb om me te kunnen voorbereiden. Ik probeer vrienden te zijn met wat zich aandient, met wat voorbij komt in mijn leven. Mijn lichaam wordt steeds meer aangetast, sowieso al door tijd van leven, en nu ook vanwege de kanker. Wanneer het fysieke ongemak gaat toenemen zal ik daar nog best een klus aan kunnen hebben. Mijn lichaam zal uiteindelijk aftakelen en vergaan. Alles wat leeft en vorm heeft gaat voorbij. Als je niet teveel vasthoudt aan die vormen is daarachter ruimte, en eeuwigheid.
Het thema vandaag is de naderende dood. Maar het gaat natuurlijk over het leven. Het leven van Nu. Ik haal nu energie uit het creëren van beelden, teksten, ontmoetingen. Ik maak plannen voor de nabije toekomst en ben tegelijkertijd bereid om elk moment het leven los te laten. Ik balanceer op die scheidslijn. Dat voelt avontuurlijk, spannend, een beetje gevaarlijk, en vooral heel levendig. En dat levendige maakt het soms ook feestelijk. Ik kan het iedereen aanraden.

Dansen tussen vorm en ruimte
Ademen
De eeuwigheid
Op de maat van het ogenblik
En weg ben ik.

Johan van Breukelen, Utrecht woensdag 25 januari 2012

Overweging
DE DOOD NADERBIJ

In het verhaal van Johan komen de woorden voor: ”Ik ben bevoorrecht en ik ben gezegend.”
Jip Keyzer, 24 jaar, zegt in een interview in de NRC enkele weken geleden: het feit dat ik doodga, valt niet te veranderen. Dat ik onder ideale omstandigheden, met de intense liefde van vrienden en familie, en mijn liefde voor het leven mag doodgaan, dat beschouw ik als een geschenk.
Sommige mensen fronsen hun wenkbrauwen bij het horen van deze krachtige positieve verhalen. Wordt er dan niet geleden, is er geen angst, geen gevoel van onbarmhartigheid? Wil je dan niet langer leven, wil je niet vasthouden …
Ben je niet razend …
over die oprukkende vijand die kanker heet?

Johan en Jip en vele anderen zijn niet razend, niet bang en niet verdrietig.
Johan zijn voorbereiding op de naderende dood doet me op een bepaalde manier denken aan de mens Jezus van Nazareth. Hij die bij zijn naderende dood in allerlei gedaanten de vraag kreeg: “Ben je bereid?”. Hij die steeds antwoordde: “Hier ben ik.”

Daarbij ging hij overigens het lijden niet uit de weg. Elk en ieder lijden staat uiteindelijk in dienst van bevrijden en bevrijding. Van kruis naar opstanding. Die weg, die route gaat in essentie over: elkaar bevrijden uit alle denkbare vormen van onderdrukking. Dat gaat over onszelf bevrijden van diepe angst en zelfhaat. Dat gaat over elkaar vergeven. Dat gaat over de wereld zo omvormen dat ziekte en natuurlijke rampspoed niet wordt afgewend op de armste mensenkinderen. Dat is de weg van de vrijheid, zegt de God van de Bijbel.

Hier ben ik …
Die zin die komt uit de traditie van de profeten Jesaja, die de woestijn werd ingestuurd, Moses en Elia, die twee die ooit het grote bevrijdingsproject begonnen zijn, wat ‘de uittocht’ wordt genoemd. Allemaal staand in het visioen zoals veel later verwoord door Franciscus van Assisi: “ Maak mij een werktuig van vrede en laat mij vriendschap brengen.” Hier ben ik, hier ben ik.

Verhalen uit dat grote wortelboek de Bijbel, waarin besluiten worden genomen de weg ten einde te gaan, kome wat komt.
Daarvoor moeten we huis, haard, lichaam, nest, liefdevolle naasten verlaten.
Om oog in oog te komen staan met het gegeven dat je lichaam wel dood kan gaan, maar niet je licht.
Zoals we gezongen hebben:
Alles ontgrenzende
Alles doordringende ruimte
Vrijheid, scheppende vrijheid
Onbegonnen begin, hier nu nieuw beginnend
Om deze woorden in te laten dalen, laten we luisteren naar de stilte en naar geluiden in de stilte.

(eerste deel: Wie lieblich, gezongen door het koor Cantus Valerius)

Lang voor we geboren worden waren we al aanwezig en worden we aangekondigd. Na onze dood blijven we soms nog generaties aanwezig. Het onomstotelijke bewijs dat we doorleven. Het verhaal van Jezus opstanding is de meest radicale verbeelding van een steeds doorgaande lijn, waarin begin en einde hun eigen plaats kennen. Na iedere horizon verschijnt er een nieuwe, en weer een.
In die doorgaande lijn staan wij in deze gemeenschap. In dat oude en ieder moment ook weer dat nieuwe visioen, wat steeds opnieuw gecreëerd moeten worden. Waarin we soms tegen alles in, zelf tegen de dood in, blijven geloven en hopen op verzoening tussen mensen. Dwars door de dood heen, op weg naar de opstanding kiezen wij hier voor dat visioen als laatste waarheid.
Moge wij in dat visioen vandaag en alle dagen thuiskomen, zoals de vogel haar huis vindt, de zwaluw haar nest. Moge wij hier nu zo thuiskomen in onszelf en indalen in die waarheid.

(tweede deel: Wie lieblich)

De naderende dood kan ons leren NU te leven en ons te verbinden aan wat we in dit Godshuis iedere week tegen elkaar zeggen:
Dat we geloven in het recht van de mens, in de open hand, in de macht van geweldloosheid.
Dat we geloven in dat alle mensen mensen zijn en dat de orde van onrecht wanorde is.
Dat we geloven dat wij niet vrij zijn, zolang er nog één mens slaaf is.
Dat we geloven in de liefde die alles verdraagt.
In de weg van mens tot mens.
In een woord dat zegt wat het zegt.
Wij geloven ondanks alles en altijd, dat niet alle moeite tevergeefs zou zijn, dat niet de dood het einde zal zijn.
Wij geloven in die nieuwe mens, jij daar op die stoel, jij bent Gods eigen droom. Op weg naar een nieuwe hemel en nieuwe aarde waar gerechtigheid zal wonen.

Dansen tussen vorm en ruimte
Ademen
De eeuwigheid
Op de maat van het ogenblik
En… weg ben ik

Moge het zo zijn
Amen

Intermezzo: Duo Rinascente


Gebeden uit de gemeenschap
Leven is geboren worden en sterven
Voor al wat leeft
Vandaag dringt dat opnieuw tot ons door.
Naast angst is er altijd hoop
Als ons de tijd en het bewustzijn gegund is, kunnen we het stervensproces vieren.
Wij bidden voor allen die door oorlog, verdrukking, opstand de dood vinden zonder voorbereidingsproces, zonder preparatie, zonder liefde.
Wij bidden radicaal, tot het uiterste, voor vrede en verzoening. Met onszelf en met anderen.
Wij bidden om haast voor gerechtigheid.
Laat dat werkelijkheid worden.
En voor dat visioen bidden wij en zeggen wij: hier ben ik.

In die gestalte bidden wij ons oude gebed:

Onze vader

Voor de zegenbede
En nu nog maar alleen
Het lichaam los te laten
De liefste en de kinderen te laten gaan
Alleen nog maar het sterke licht
Het rode, zuivere van de late zon
Te zien, te volgen – en de eigen weg te gaan
Het werd, het was, het is gedaan

Zegenbede

Meer over deze viering op het blog van Anja Meulenbelt

 
       
 

Archief alle overwegingen 2011 en voorgaande jaren | Archief overwegingen 2012

 
 

FV/RG 2012-02-15 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl