Arbeid en Werk (copyright)
De mensen zeggen dat ik een workaholic ben en dat zal ook wel: ik draai in het seizoen zo'n honderd uur per week, maar toch kom ik er zo langzamerhand achter dat werken niet het allerbe-langrijkste is in het leven. We hebben wel allemaal recht op werk, op zinvol en zingevende arbeid. Ik ben dus een mazzel-pik, zoals dat heet in Amsterdam, want ik beschouw de presenta-tie van Jos op 1 als zodanig en mijn geploeter in het theater en achter mijn schrijfmachine idem, om van de kanselkermis maar niet te spreken. Maar het moeten werken, in het zweet nog wel, omdat zulks door God zou zijn bevolen, daar hebben wij tegenwoordig onze kanttekeningen bij. En terecht. Eeuwenlang hing men de opvatting aan dat de dagelijkse arbeid slechts diende tot Gods eer. Welnu, dat mag je nog best vinden, maar je werkt natuurlijk ook voor jezelf. Je hebt geld nodig om eten te kopen en om in een huis te kunnen wonen en om je kinderen te laten studeren. Dat verdien je met werken. Ik moet eigenlijk zeggen: het liefst met werken. Want er zijn heel veel mensen die niet meer mogen of kunnen. Werkeloosheid is een groot kwaad, een groot onrecht ook. In ons land wordt iemand zonder baan opgevangen. Dat is wettelijk geregeld. Prachtig, daar niet van. Maar wordt hij of zij ook werkelijk opgevangen? Een werkeloze voelt zichzelf nog altijd een beetje minderwaardig. En de rest maakt het daar ook naar. Het is afschuwelijk afhankelijk te moeten zijn, om een uitkering te krijgen, omdat dit soort zaken nu eenmaal zo prettig is gere-geld. Je zou denken: geen vuiltje aan de lucht! Maar mensen willen zo graag een inspanning leveren voor zij hun hand ophouden. Dat is kennelijk de aardige aard van het beestje, dat zit diep binnenin ons. Maar is het echt terecht? Is moeten een heilig moeten? In Genesis 3 wordt de arbeid, de zware arbeid, geduid als straf voor de oerzonde door de eerste mens bedreven. In hoofdstuk 2 wordt dat werk ook al genoemd: de mens moet de Hof van Eden bewerken en bewaren, zo staat er. Maar het staat er aardig, het lijkt prettig werk te zijn. God geeft zijn mens wat te doen, een taak, een opdracht. Maar er staat niet geschreven, nog niet, dat hij zich rot moet ploete-ren, zich uit de naad moet zwoegen. En er staat al helemaal niet: Gij zult elke dag Jos op 1 presenteren. Toch heeft dat laatste te maken met Genesis 2. Het heeft te maken met bewer-ken, met dienstbaar zijn: de mens moet ten dienste staan aan de grond waarin hij is geworteld. Zo zijn mens en tuin elkaar tot zegen. De mens is verantwoordelijk voor het Paradijs en dat is iets heel anders dan kapot thuiskomen van weer een dagje aan de lopende band. Dat is ook iets anders dan jezelf een minkukel vinden, omdat je niet eens aan die lopende band mag staan.
Arbeid adelt, dat is waar. Zinvolle arbeid maakt mij blij en gelukkig, en zelfs de adel arbeidt tegenwoordig. Maar arbeid (voorbeelden te over in onze Duif) hoeft niet altijd betaald werk te zijn. Ik bedoel dit: iemand die van een uitkering moet leven hoeft niet tegelijkertijd op non-aktief te staan. Er is veel werk te doen, belangrijk werk, waarzonder de wereld niet kan draaien. De geldverdieners, de zogenaamde actievelingen, de workaholics (vooruit dan maar) moeten eens ophouden stiekem neer te kijken op vrijwilligerswerk. Het is noodzaak dat we anders gaan denken over 'werk', over inkomsten, over betaalde arbeid. Het gaat niet om wel of geen baan, het gaat om wel of geen taak. er zullen altijd wel werklozen blijen bestaan. Maar er is nimmer sprake van taaklozen. In de tuin van Eden mag iedereen meespitten en schoffelen en planten en snoeien.
Jos Brink
| HGL Nummer
11/97 |