De kersttijd is een drukke periode voor predikanten, niet voor niets guitig de 'Tiendaagse veldtocht' genoemd. Een aantal diensten moet worden voorbereid en het komt allemaal achter elkaar, waarbij de zondagsschool of de kindernevendiensen niet mogen worden vergeten. Heb je nu ook nog eens radio- en TV-klussen te doen. waarbij Kerstmis en de Jaarwisseling extra aandacht krijgen, dan is het helemaal bal. Dit jaar komt er ook nog een 'normale' zondag na de vier kerstdagen die we al hebben. Geen wonder dat menigeen een zucht slaakt als alles achter de rug is. Bij de kreunenden en steunenden reken ik zeker de huisvrouwen c.q. -mannen. Ik hoef haast geen boodschappen te doen. Dat krijg je als je met die Blijde bezig bent. Een mooi excuus. Ik moet eerlijk toegeven dat de vieringen zelf veel, zo niet alles goed maken en een heel plezierige omstandigheid is dat de kerk goed wordt bezocht. (En de TV-programma's uitstekend bekeken.) Het is dus zaak tijdig te beginnen met het nadenken over de kerstpreken. Waar moet het over gaan? Kerstmis, ja dat kan niet missen. Ieder jaar probeer je iets eigens, iets bijzonders toe te voegen aan de verkondiging van de grote blijdschap. Je kunt daarbij niet ontkennen dat het niet overal op de wereld zo gezellig en warm is als juist op dat moment in de eigen kerk. Probleem is dat de meeste bezoekers verchoond willen blijven van de ellende waarmee ze toch al het hele jaar zijn opgezadeld. Dagelijks worden de mensen daarmee geconfronteerd in de media. Zou het niet eens één keer mogen, zo'n lekkere warme kerstpreek? Een verhaal, dat het hart raakt en waar je verder mee kunt? Dat hoor ik nog al eens. Even de ogen sluiten voor de werkelijkheid?
Tja. Elke preek dient het hart te raken, maar het verstand mag daarbij niet worden uitgeschakeld. Stel je voor dat de kerk het grote lijden in de wereld negeerde. Racisme, honger, onderdrukking, oorlog. Het is de ellendige realiteit die onmogelijk is weg te sminken, ook niet voor een paar uur. Je komt er niet echt van in de kerststemming, dat is een ding dat zeker is. Er wordt een kindje geboren in een stal, het licht der wereld. Maar tegelijkertijd sterven er kinderen op deze aarde. Wanneer je het troosteloze geweld ontkent, ontken je ook dat ene kind. We moeten het er over blijven hebben, om zo in verzet te komen tegen uitzichtloosheid en fatalisme. Er is geen enkele reden om de verkondiging van hoop weg te laten. Beide onderwerpen kunnen een plaats vinden in de demonstratie die en goede kerstpreek altijd is.
'Vreest niet' zegt de engel in het kerstevangelie. Dat 'vreest niet' moeten we overnemen en zeggen tegen de mensen die alle reden hebben om bang te zijn: vreest niet! Wij zijn er ook nog! Wij denken aan jullie. Wij némen het niet dat jullie in angst leven en wij proberen daar iets aan te doen! Zo kun je de Boodschap omzetten in miljoenen hoopvolle signalen. Helaas zijn er thema's genoeg voor de komende dagen. Maar het uiteindelijke 'amen' klinkt toch na de verwachting dat het beter zal worden. Dat er blijdschap hoort te zijn voor àlle mensen, die heel het volk ten deel zal vallen. Zo kan de 10-daagse veldtocht gewonnen worden. Zo kan het kind worden behoed voor de ergste kou. Zo warmen wij ons ook aan elkaar. Wat een os en een ezel kunnen, dat kunnen wij toch ook ?
Jos Brink
| HGL Nummer
12/97 |