Column van Jos Brink in HGL 03/98

Pasen (copyright)

Het feest van de Opstanding des Heren betekent tegenwoordig voor velen een weekje weg met de caravan. Daar wordt in het Evangelie natuurlijk niet van gerept, maar dat komt waarschijnlijk omdat er indertijd alleen karavanen waren en geen caravans. Ik preek dit jaar niet in mijn eigen kerk, maar in Almelo. Met veel genoegen. Er zijn legers voorgangers die op zien tegen de 'verplichte figuren', zoals Kerstmis, Pasen en Pinksteren. Ik niet. Ik vind het een uitdaging om de feesten telkens vanuit een andere optiek te belichten. Maar als kind vond ik Pasen niet te vergelijken met het Kerstfeest. Ik had ook een hekel aan het voorjaar, die uitbottende boel zei me niets. Ik miste de romantiek van stalletje en balletje. Ach, het veranderen gelukkig met de jaren. Want thans sta ik te hippen bij de eerste krokus. De Heer is waarlijk opgestaan.... God zij dank, denk ik nu. Het kwaad heeft nooit het laatste woord. Zo ervaar ik de Lijdenweek als de Goede week. Toch moet ik constateren dat tegenwoordig een Groene Kerst regelmaat is en een Witte Pasen ook. Het laatste past bij de liturgische kleur, dat wel. De Lijdensweek van vroeger heeft niets meer te maken met nu, wat mijn beleving betreft, en daar ben ik wel tevreden mee. Toen? Palmpasen betekende oorontstekingen, hagelbuien en padvinderij. Wij maakten, als welpjes, op de zaterdag voorafgaand aan Palmzondag, op Akela's hoog bevel de zogenaamde palmpaasjes.: een stok met een dwarslat, met in top een broodhaantje, omrankt door slingers van rozijnen en andere kleverige ellende, waartegen de STER al zolang een hopeloos vignetje inzet. Honderden verkleumende padvindertjes groepten samen op een door de Duitsers kaalgeslagen terrein, geen toonbeeld van gezelligheid dus. Daar werden wij telkenjare toegesproken door hoofdakela Klootwijk en daarna zongen we, terwijl het ijzelde: "Palm, palmpasen! Fi, koerelei! Één ei is geen ei, twee ei is een half ei, drie ei is een heel ei!" Aanvechtbaar Nederlands en bovendien, mijn ouders waren niet gek: een ei koste wel 11 cent en je gaf je kind er geen drie, het kont toch wel op. Maar daarna brachten we de palmpaasjes naar de ziekenhuizen, waardoor een en ander toch een warme kleur kreeg. Best dierbaar, al met al.

Toch was ik niet de enige die zware tijden beleefde. Wij hadden buurmeisjes die in de paashaas geloofden. Zij beweerden bij hoog en bij laag dat zij de heer Haas in hun vreselijke tuin hadden zien rondscharrelen. Ze sliepen er 's nachts niet van. Deze dreumessen vielen van de Sint in het Kerstmannetje, vervolgen in het Oudjaartje, wachtten daarna schrikachtig op het Nieuwjaartje (ene luierkind met een zandloper) en vanaf de derde week in januari verbeidden zij de Paashaas, waarna de Pinksterkip kwam.

De lijdensweek en het glorieus Pasen beleef ik nu, nu ik ouder ben geworden en andere verantwoordelijkheden heb dan het scoren van een broodhaantje, gelukkig op een andere intensere manier. Ik probeer de opdracht van deze weken expressie te geven. Jezus stond voor de aanvaarding van een ultieme keuze. Daarvoor had hij ene ongelofelijke kracht en moed nodig. En de leerlingen sliepen. "Slaap maar...", zei de Heer, "slaap maar en rust." Ik ben ver over de vijftig en de jaren vijftig zijn voorbij. In Johannes lees ik: "Jullie gaan ieder je eigen weg, en in deze wereld zul je pijn lijden. Maar in Mij vind je vrede. Hou de moed er maar in. Ik heb de wereld overwonnen.' Ik kam mijn grijze haar en besef dat deze woorden geen grootspraak zijn. Ook in de caravan blijven ze overeind.

Jos Brink
Maart 1998, De Duif Amsterdam.

| HGL Nummer 03/98 |


AM 7-5-1998 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl