Aan het eind van de liturgievergadering maandag vroeg een van de aanwezigen,
waarom ik toch altijd andere teksten uitzoek naast de Bijbelteksten. Hij
gaf aan, dat het voor hem al moeilijk genoeg is om de Bijbel te verstaan
en dan nog zo'n profeet erbij, die weer een hele andere taal spreekt als
het Evangelie.
Ik gaf het antwoord dat voor mij de openbaring van de Eeuwige doorgaat en
dat ik het daarom prettig vind om ook die openbaring op te zoeken en hier
in De Duif te verwoorden.
Ik weet dat ik het daarmee niet iedereen naar de zin maak, maar ik kwam er
gisteren pas achter wat voor mij de werkelijke reden is. Ik heb de teksten
nodig om de Bijbel weer op een nieuwe manier te verstaan, om uit de ballast
van mijn traditie te komen; let wel, niet mijn hele traditie is ballast,
maar ik zit soms bij een tekst uit de Bijbel direct vast aan oude gedachten,
oude preken en theorieën, onwrikbare dogma's, waar maar een uitleg voor
was. En dan is het duivels moeilijk om er de interpretatie uit te halen die
bij nu, bij deze tijd en bij ons hoort.
In een nachtelijk gesprek met een van onze Iraanse vrienden kwamen wij op
het voorgangersschap in De Duif en mijn theologische achtergrond en hij benoemde
het dat ik "geloof had gestudeerd".
Was dat maar waar, dan zat mijn hoofd niet zo vol me theologische theorieën
en afgesleten beelden.
Ik kan mij soms een gevangene voelen van mijn eigen gedachtenwereld, als
een zangvogel in zijn kooi; dan wil ik spelen en zingen, maar ik kan niet.
Welk losgeld is er voor mij nodig om vrij te worden?
In de Marcustekst staat letterlijk van de Mensenzoon dat hij gekomen is om
te dienen en om zijn leven -eigenlijk staat er in het Grieks 'psyche'- ziel
te geven als losgeld voor velen.
In de maatschappij van nu, in deze gebroken wereld heersen de wetten van
macht en geweld, van geld en status. Die wetten zijn onverbiddelijk en de
moraal die erbij hoort is egoïstisch. Dat is in al die eeuwen nog niet
veranderd. Hoe is het mogelijk dat twee leerlingen die zo dicht bij Jezus
staan, ook zo denken? Zij willen een ereplaats voor zichzelf reserveren en
daar gaat de rest van Jezus discipelgroep helemaal van over der rooie. Dan
spreekt Jezus over dienen, over elkaar hulp bieden, de handen uit de mouwen
steken, doen wat je hand vindt om te doen.
Wie kan zijn geloof scheiden van zijn daden? Dat kennen wij allemaal wel
van vroegeren helaas nu nog. Veel mooie woorden en daar bleef het vaak bij.
Priesters en dominees die het zo mooi wisten te zeggen, maar het verschil
tussen zondag en maandag was zo groot; de taal van zondag was ook zo anders
dan die van maandag. Het was vaak zo onbegrijpelijk wat er wel mocht en niet
mocht van God en waarom.
De profeet zegt: Hij die zijn zedelijkheid als zijn beste kleed draagt, dat
gaat over alle keurige fatsoensnormen die dikwijls identiek waren aan de
kerkelijke moraal.
Je hoeft niet bang te zijn, de wind en de zon zullen geen gaten in je huid
trekken. Vrij vertaald: je kwetsbaarheid en je echtheid zijn als het vrije
lied van de zangvogel. Want net zoals een zingende merel ons doet stilstaan
en luisteren, zo blijven wij ook staan bij de mens die open en kwetsbaar
is en die zich echt durft te geven.
Je dagelijks leven is je tempel en je godsdienst. Godsdienst blijft niet
beperkt tot de kerkgang, dit uur voor God en dat uur voor mijzelf. Wij zijn
vrij om in tijd en ruimte ons totale leven aan God te wijden. Tijdens de
afwas, tijdens het werk, tijdens het vrijen, tijdens het spelen, als wij
muziek maken, noem maar op. Geen beperkingen zijn er, ook in je dromen niet,
je bent één met je gehele hart, je hele ziel en al je verstand,
bewust en onbewust zijn ongedeeld, met een doel: dat het Koninkrijk van God
al een beetje zichtbaar wordt op aarde. En hoe bereik je dat?
Door het niet moeilijker te maken dan het is, door om je heen te kijken,
dan zie je God spelen met onze kinderen. Door de eeuwige toe te laten in
het huis van je ziel en dat huis wijd open te zetten. Door te herkennen waar
jouw gevangenschap zit. Door te zien waar jou belemmeringen zitten om waarachtig
te kunnen dienen.
Misschien heb je wel jaren nederig moeten zijn, dan is het moeilijk om je
weer dienstbaar op te stellen.
Je kunt pas goed buigen, als je ook ooit rechtop hebt gestaan, als je ooit
opgericht bent.
Is het dan zo makkelijk om dicht bij God en dicht bij ons zelf te komen?
Is het dan allemaal minder moeilijk dan wij dachten? Vaak wel. Toen wij in
de Duif aan het begin stonden van het kerkasiel was ik sceptisch over hoe
wij dat vol moesten houden: 6 weken lang steeds 2 vrijwilligers in de kerk,
dag en nacht. En toch bleek het te kunnen en de continue aanwezigheid van
mensen in de kerk bleek een bloeiend gemeenschapsleven op te roepen.
Met elkaar is het dienen goed vol te houden en is de energie om door te gaan
goed op te brengen. En het voordeel is dat er altijd wel iemand is die jouw
kooideur open kan maken of die jouw losgeld kan betalen, of die jou kan helpen
er achter te komen waar jouw gevangenschap zit.
Want de Eeuwige is niet veraf. De Mensenzoon is één van ons
geworden en wij zijn Zijn tempel.
| Vervolg Liturgie
19-10-97 | Marina's
"Hoofdpagina" |