Alet's bijdragen, dienst 6-8-2000

-

Lezingen:

Inleiding

Het gaat vandaag over de diepere, symbolische betekenis van het brood. 'Het brood bestaat uit vele graankorrels en is tot een eenheid gebracht, zodat de korrels niet meer zichtbaar zijn. Ze zijn er nog wel, maar hun onderscheid is door de samenhang niet meer te zien. Zo vormen ook wij met elkaar en met Christus een samenhang.'
Zo werd brood beschreven door Johannes Chrysosthemus (ca 345 - 407), patriarch van Constantinopel, in de 4e eeuw na Christus. Het brood dat Jezus deelt, moet door ons zelf worden samengesteld. En doorredenerend delen we ons zelf weer uit.
Want wie geeft, ontvangt
Wie zichzelf vergeet, vindt.
Wie vergeeft, hem wordt vergeven
Jezus is voor ons de bindende factor. Die ons leert samen te werken om zo meer liefde te kunnen uitdelen. En die ons voordeed hoe te delen.

Overweging

Vorige week hoorden we dat Jezus 5000 verzamelde mensen op de heuvelen te eten heeft gegeven. Deze week lazen we hoe het verder ging. De mensen zijn niet meer bij Hem weg te slaan. Ze zoeken Hem, want bij Hem valt iets te halen. "U zoekt mij niet omdat u tekenen hebt gezien, maar omdat u volop hebt kunnen eten!" zegt Jezus. Maar Hij legt hen uit dat Hij daarvoor niet is gekomen. Wie gemak zoekt, welvaart, brood en spelen, kortom verwacht dat het leven opgediend wordt en wil dat alle antwoorden op je vragen op een bordje worden aangedragen, is bij Hem aan het verkeerde adres.

Het is duidelijk dat het niet gaat om het voeden met vergankelijk voedsel. Het gaat om brood uit de Hemel die aan de wereld leven geeft. Dat brood moet voor altijd verzadigen en eeuwig leven geven; brood uit de Hemel, door God gezonden.

Het Manna werd ook door God gezonden. Maar diende in eerste instantie een ander doel. De Israëlieten hadden honger, gewoon honger. Zij vergaten daardoor dat ze eigenlijk honger hadden naar vrijheid en verlangden terug naar de vleespotten in Egypte. De vreugde over de herwonnen vrijheid ebde weg. Ze beseffen dat er geen gebaande wegen zijn in de woestijn. Zij beseffen dat het gedaan is met de zekerheid, met zoals ze het dan plots noemen die goede oude tijd. Ze zijn vergeten waarom ze vluchten; vergeten is angst en pijn. Enkel de goede dingen doet hen terug verlangen.
Door hen het manna te geven en de kwartels geeft God hen weer vertrouwen, vertrouwen om door te gaan, vertrouwen in de vrijheid maar ook in de onzekere toekomst. Hij geeft hen weer de moed om samen op weg te gaan. Om samen de onzekere toekomst tegemoet te treden op zoek naar vrijheid. Hij geeft hen de moed om de schijnbare zekerheden van het bestaan daarvoor los te durven laten.

En wij?
Zitten wij ondertussen ook te wachten op manna en kwartels? Want hoe vast zitten wij aan zekerheden, en hoe krampachtig proberen we vast te houden aan het verleden? Wie laat zekerheden los voor een ideaal, wie geeft z'n vaste baan op om dichterbij werk te zoeken en zo het milieu te sparen?
En hoeveel verlangen wij als geloofsgemeenschap terug naar de Prinsengracht. 'Als we eenmaal weer terug zijn komt alles weer goed' en 'dat komt wel weer als we terug zijn, dan gaan we er weer stevig tegenaan'. Die goeie oude Duif, die goeie oude tijd, mijmeren sommigen! 'Ik kom wel weer eens kijken als jullie terug zijn'.

Versta me goed; ik wil graag weer terug, maar in de tussentijd moeten wij die ongebaande weg naar vrede en gerechtigheid blijven gaan. We hoeven niet te wachten tot we terug zijn, ook in de tussentijd kunnen we het ons niet veroorloven ergens op het gras te gaan zitten en ons te laten voeden.

Zoals de 5000, die het wel makkelijk vonden dat ze niet hoefden te werken voor hun eten en gretig consumeren. Ze klampten zich aan hun broodheer vast. En zal het aan de inrichting van onze moderne samenleving liggen dat we ook zo'n instelling dreigen te krijgen. Alles wordt toch wel geregeld, van de wieg tot het graf. We hoeven niet meer om te kijken naar de buren, want daar zijn instanties voor; we hebben geen binding meer met Gods voedsel, omdat brood uit de fabriek komt.
We verwachten dat alles voor ons klaar staat op het moment dat we er om vragen.
Als het werk voor je gedaan wordt zul je wel gek zijn om het zelf te doen.
Maar de mens leeft niet van brood alleen; de mens om je heen vraagt om aandacht, een beetje liefde.

Geef ons heden ons dagelijks brood. Vroegen ze aan Jezus en bidden wij.
Die bede kan ook vertaald worden door: Geef ons heden het brood voor morgen. Taalkundig gezien kan het allebei.
Brood bakken is een tijdrovende aangelegenheid. Men begon de dag ervoor al. Het malen van het meel en het kneden van het deeg kostte veel tijd. Dan moest het ook nog gebakken worden. Men begon 's morgens met het eten van brood dus de voorbereidingen moesten wel de dag van te voren zijn gedaan. Praktisch gezien is de tweede vertaling daarom beter. In het Onze Vader bidden we dan dat God vandaag het koren geeft, waarvan het brood voor morgen kan worden gebakken.

Als we teruggaan naar de vergelijking die Chrysosthemus maakte: 'Het brood bestaat uit vele graankorrels en is tot een eenheid gebracht', dan mogen we stellen dat wij als graankorrels nog heel wat voorbereidingen moeten treffen willen we het tot een eenheid maken. Leer ons, Heer, om brood te bakken.
Want het brood dat Jezus deelt, moet door ons zelf worden samengesteld. Dat is Jezus' boodschap: Geef iemand een brood en hij heeft een dag te eten, leer hem brood bakken en hij zal geen honger meer hebben.
Jezus noemt zichzelf 'het brood des levens'. Dat betekent dat Hijzelf, zijn woord, zijn daden en zijn leven tot heil van ons allen, even noodzakelijk zijn en effectief als het voedingsmiddel brood. En zolang wij Hem hierin na volgen, is er genoeg brood om er van uit te delen. Dan zullen wij koren op zijn molen zijn. Amen.

Nodiging

Zoals het graan werd uitgestrooid over de aarde
en een brood werd toen het bij elkaar werd gebracht
zo zullen wij worden tot één samenleving tot één Rijk Gods
Wij delen het brood en de wijn, vruchten van uw aarde
werk van mensen handen,
Ter gedachtenis aan Hem die ons bij elkaar bracht
die ons leerde te delen
Iedereen is uitgenodigd aan zijn tafel
Kom dan want alles staat gereed.

Zegenbede

God, wij vragen om uw zegen
voor de nieuwe week
met de vele kansen die U ons geeft:
het werk dat het leven zinvol maakt,
de ontspanning die ons verkwikt.

Maak ons aandachtig, God,
voor de glimlach die vertrouwen geeft,
voor de attentie die blij maakt
en voor de ontmoeting die eenzaamheid breekt.
Laat niet toe, God
dat onze vreugde vertroebeld wordt
door angst voor alwat gebeuren kan.

schenk ons Uw zegen met de woorden:
De Here zegene en behoede U
De Here doe zijn aangezicht over u lichten en zij u genadig
De Here verheffe zijn aangezicht over u en geve u vrede

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Amen

| Archief/Bijdragen | Alet's "Hoofdpagina" |

AM 28-8-2000 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl