Reiniers bijdragen, viering 1 april 2001
 
  Voorganger: Reinier ter Hart  
         
         
 

Lezingen

  • Jesaja 43; 16-21
  • Johannes 8; 1-11
         
       
 

Welkom en Inleiding

Hartelijk welkom allemaal, fijn dat U gekomen bent.
Een bijzonder hartelijk welkom als U vandaag voor het eerst de dienst bij ons bijwoont.
Reinier en ik wensen U een goede dienst toe.

 

Over de lezingen

De lezingen van vandaag zijn uit de profeet Jesaja en uit het Evangelie volgens Johannes.

In de Jesaja-lezing betuigt de Eeuwige zijn liefde aan het volk IsraŽl.
Hij roept het volk op niet langer te blijven stilstaan bij wat vroeger gebeurd is en doet de belofte iets nieuws te gaan maken, een weg in de woestijn, rivieren in het dorre land.

De Evangelielezing behandelt het verhaal over Jezus die door de FarizeeŽn en schriftgeleerden een overspelige vrouw krijgt voorgeleid. Ze proberen Jezus in de val te lokken. Hij moet een oordeel vellen.

 

       
 

Overweging

Vandaag is het de vijfde zondag in de veertigdagentijd, nog twee weken en dan is het Pasen. We bereiden ons voor om met Pasen zijn opstanding uit de dood te vieren. Een tijd van inkeer en bezinning, maar ook een tijd van hoopvolle verwachting, op vernieuwing en bevrijding. In de lezingen van vandaag gloort al een sprankje van het licht van Pasen. Voor het donker van de Lijdenstijd is al iets aan het kiemen, in het duister groeit onze verwachting op Christus' opstanding in ons lezen.

De lezingen van vandaag laten naar mijn smaak zien dat God een God is die nimmer aflaat, die niet zijn handen aftrekt van mensen die de fout zijn ingegaan, een God die geen mensen afschrijft, een God die mensen ongeacht hoe ver ze zijn afgedwaald steeds weer kansen geeft om nieuwe wegen te gaan, wegen van inkeer en ommekeer.

De Jesajalezing van vandaag laat zien hoe de Eeuwige zijn liefde betuigt aan het volk van IsraŽl. De Eeuwige nodigt het volk uit niet te blijven vasthouden aan het oude, aan het verleden, maar om uit te zien naar iets nieuws, iets beters, nieuw leven, water in de woestijn, rivieren in de steppe.

De Evangelielezing betreft een van de oudste verhalen uit de Evangelieliteratuur en is waarschijnlijk door een andere schrijver geplaatst in het Evangelie van Johannes.
Het verhaal handelt over de schriftgeleerden en FarizeeŽn die proberen Jezus in de val te laten lopen door hem op de proef te stellen en zodoende een aanklacht tegen hem in te kunnen dienen. Ze brengen een vrouw voor hem die betrapt is op echtbreuk en vragen Jezus om zijn mening. De vrouw hoort volgens de oude MozaÔsche wetgeving gestenigd te worden. Jezus' optreden in deze is mijns inziens briljant, op een unieke manier weert hij zich zijn belagers. Hij schrijft iets met zijn vinger in het zand, raadselachtig, misschien om tijd te winnen om zich te bezinnen op een antwoord, misschien een laconieke houding ten opzichte van zijn belagers, waaruit moet blijken dat Hij zich niet laat overdonderen of imponeren.
Of mogen we het zelf invullen? Als ik mijn fantasie de vrije loop laat, denk ik dat Jezus daar schrijft: "Gij zult niet doodslaan", het vijfde gebod (Ex. 19-20:14). Uiteindelijk speelt Jezus op meesterlijke wijze de bal terug: "wie zonder zonde is werpe de eerste steen".

Zijn tegenstanders druipen af, de een na de ander. Jezus' antwoord gaat niet zozeer in op de fouten van de overspelige vrouw, maar confronteert zijn belagers met hun eigen onvermogen, hun eigen fouten. Het is een antwoord dat mensen de ruimte biedt tot bezinning en inkeer. Dat geldt naar mijn smaak evenzeer voor de overspelige vrouw als voor de schriftgeleerden en FarizeeŽn. Het is een reactie die bevrijdt, die mensen niet platslaat of afschrijft, maar nieuwe kansen biedt.

In onze tijd waarin echtbreuk vreemdgaan heet en over het algemeen niet meer beschouwd wordt als een ernstig misdrijf, is er niet veel veranderd. Nog steeds gedragen mensen zich als schriftgeleerden en FarizeeŽn, wijzen de ander met de vinger na, kunnen zich geen eigen mening vormen en lopen anderen die het wťl menen te weten achterna, gaan voorbij aan hun eigen fouten en vellen een oordeel over hun naasten.
Juist in deze tijd waarin we ons voorbereiden om het lijden en sterven van onze Heer te gedenken en zijn opstanding in ons leven, waarin wij uitzien naar hoop en bevrijding, ruimte en uitzicht, mogen we lering trekken uit wat Hij ons voorleefde. Zodat wij mensen worden zoals de Eeuwige ons heeft bedoeld te zijn: liefdevol, zonder vooroordelen, betrokken met elkaar zoekend naar een wereld die in vrede is, een nieuwe orde van gerechtigheid.

Amen.

 

       
 

Nodiging

Om zijnentwil zijn wij dit uur bijeen. Hem gedenken wij, Jezus van Nazareth, die ons voordeed wat leven is, wat recht en bevrijding is.
Ieder die zich verbonden voelt met Zijn gedachtengoed is genodigd aan de tafel van het nieuwe verbond.
Komt, want alles is gereed.

       
       
 

| Archief/Bijdragen | Reiniers "Hoofdpagina"Gastvoorgangers |
 
 

FV 2001-04-03 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl