Diana's bijdrage, viering 8 april 2001
 
  Voorgangers: Diana Vernooij en Yvonne van der Velde  
         
         
 

Lezingen

  • Kinderverhaal over de intocht van Jezus in Jeruzalem
  • Jesaja 50; 4-7
  • Lucas 22; 14-26
         
         
 

Inleiding

Goedemorgen, hartelijke welkom, beste volwassenen en kinderen, voor wie de kindernevendienst is verzet om deze speciale zondag voor Pasen, Palmzondag, samen te vieren.

Beste mensen, basisgemeente van Christus, wiens jonge kerk wij navolgen. Vandaag gedenken wij de omslag van Jezus' erkenning door de mensen naar zijn veroordeling. Nu, de laatste week voor Pasen, op Palmpasen begint de lijdensweek met het enthousiaste welkom van Jezus in Jeruzalem. Hoe dicht liggen bewieroking en beschimping bij elkaar. Hoe dicht liggen trouw en verraad aan een tafel bijeen.
Laten we niet vergeten dat het begint met een oneindig zachte roeping van onze God. Zoals Jesaja het zegt: een woord in de morgen wekt hem om uitgeputte mensen bij te kunnen staan. En Jezus verlangt naar een vredig paasmaal met zijn leerlingen. Toch is juist daar bij die oneindige zachtheid het verraad dichtbij.

Yvonne en ik wensen u een goede viering en een bijzondere voorbereiding op de komende Paasweek.

 
       
 

Overweging

Hoe is het in vredesnaam mogelijk dat een zo zachte weldadige kracht tot zoveel geweld en hardheid kan leiden? Shockerende verhalen zijn het, van Jesaja en Lucas. Wat maakt dat mensen een door en door goed mens verraden en overleveren?

Wat gebeurt er met Jezus?
Het begint met zijn komst naar Jeruzalem, zijn roem is hem vooruitgegaan, men onthaalt hem met lofgezang. Hier zal de nieuwe koning binnenkomen, degene die de Romeinen zal overwinnen, de Messias, de redder. Ongetwijfeld zal hij geweten hebben nu het hol van de leeuw binnen te zijn gegaan, de stad van grootse verwachtingen en diepe haat, de stad waar de macht wordt beslecht.
Het eerste wat hij dan ook doet is de verkopers verjagen uit het tempelhof om er vervolgens dagelijks onderricht te geven. Zijn onderricht is ongekend en opruiend. Tegen de tijd dat het feest van het ongedesemde brood naderde, het feest van Pasen - het vieren van de uittocht uit Egypte, zoekt men een gelegenheid hem uit de weg te ruimen.

Wie de zachte kracht niet kent, niet gewonnen is door geloof, hoopt op een nieuwe machthebber, een die in een klap alles anders en beter zal maken, zonder dat mensen zelf hoeven te veranderen. Jezus zal het geweten hebben tijdens zijn inhuldiging: men verlangt dat hij iemand anders is dan hij is.
Hij is geen koning, geen baas of machthebber, geen weldoener. De koning die men verwacht, de machthebber die men wenst, wordt gehuldigd, niet hij. Het zal een schrijnende ervaring geweest zijn, hulde te krijgen voor wie je niet bent en ook niet kunt of wil zijn. Hij moet voorvoeld hebben dat dat het begin van het einde is.
Teleurgestelde hoop op hem zal de mensen blind maken voor wie hij werkelijk is, wat hij werkelijk te geven heeft. De manier waarop Jezus mensen redt is een andere dan de mensen verwachten. Hij redt hen door hen weer bij zichzelf te brengen. Jezus neemt blokkades weg waardoor mensen in staat zijn zelf het leven weer ter hand te nemen. Maar het wordt niet gezien, hij wordt als machthebber toegejuicht, en dat is hij niet. Die verwachting zal snel worden beschaamd, hij zal snel door de mand vallen. Hij weet het. Hij viert een avondmaal met zijn vrienden, het joodse paasfeest, voor de laatste keer zegt hij. Het is een belangrijk moment, iedereen moet dat gevoeld en geweten hebben. Maar zijn leerlingen zijn niet in staat bij dat verscheurende moment te zijn, die vertwijfeling mee te voelen, erbij te zijn zonder te weten wat ze kunnen doen.

Nee, ze kunnen het niet, ze kunnen niet bij de wetenschap zijn dat verraad heel dichtbij is, dat het misschien wel in ieder van hen zit. Ze gaan meteen zoeken naar wie hem zal gaan verraden, ieder probeert zichzelf en de ander te overtuigen dat hij het niet is. Ze gaan zelfs verder, ze willen de grootste zijn, ze overschreeuwen zichzelf: ik ben een betere leerling dan jij. Het lijkt een zeer succesvolle manier om niet te hoeven voelen dat er een ramp gaat gebeuren, dat hun geŽerde leraar aan de schandpaal genageld zal worden. Het is blijkbaar te zwaar om te beseffen dat je soms niets kunt doen dan er alleen maar met je volle aandacht bij te zijn. Dat besef kunnen zij niet dragen.

Er gebeurt van alles met hun geliefde leermeester. Hij wordt gelauwerd, bedreigd, beschimpt en zal uiteindelijk verraden en vermoord worden. Voortdurend zijn de leerlingen bezig met hun verwachtingen, met vergelijkingen, met oordelen en niet aanwezig zijn waar ze zouden horen te zijn. In dat soort gedrag zijn ze niet uniek. We weten toch dat dat heel menselijk is, zo zitten wij ook in elkaar. Op pijnlijke momenten er niet bij zijn, zorgen dat je net uit beeld bent, dat je afgeleid bent, je kunt er niets aan doen, je zat toevallig de andere kant uit te kijken, je had het te druk, het is de schuld van een ander.
Het hele verhaal rond Pasen is een constante herhaling van dit thema: ik ben er niet, ik zie het niet, ze ruziŽn en laten Jezus alleen. In de hof van Olijven vallen ze in slaap terwijl hij zijn angst overwint, als hij wordt verhoord verloochent Petrus dat hij bij hem hoort, en met Pasen zien ze hem niet als hij hen verschijnt, ze kruipen weg in een donker huis met elkaar. Pas met Pinksteren, na eindeloze ontkenningen en wegwezen dringt het besef dat zij het zijn in wie Jezus voortleeft. Dat als zij niet getuigen Jezus echt dood is, ze het uiteindelijke verraad plegen.

Maar zover is het nog lang niet. Hier in de verhalen die wij lezen worden we gewezen op het al te menselijke verlangen gered te worden door een ander, het al te menselijke verlangen om het leed niet onder ogen te zien, het al te menselijke verlangen om door te vergelijken, te oordelen en te bekvechten je gelijk te halen en belangrijk te zijn. En zo dus steeds weer het enige te verraden dat er toe doet: ondanks je angst en je pijn, ondanks beschimping en verraad, te zijn waar je moet zijn.

Je kunt het jezelf kwalijk nemen, jezelf veroordelen en straffen of -als je in de steek gelaten bent- je kunt waanzinnig teleurgesteld zijn in de mensen om je heen, maar uit deze verhalen kunnen we leren dat het zo menselijk is om je ogen te sluiten. Zie maar hoe snel dat gaat, hoe natuurlijk dat voelt. Kijk maar naar je eigen geschiedenis, kijk maar naar de goedwillende mensen om je heen. Je zou graag willen dat alleen de slechterikken onder ons verraad plegen, maar het zijn veel vaker de goedwillenden. Als je dat onder ogen durft te zien kan het mededogen voor jezelf en anderen doorbreken in je hart. Het is datzelfde mededogen waardoor Jezus zijn leerlingen lief bleef hebben ook werd hij keer op keer door hen in de steek gelaten en verraden. Zo zitten mensen in elkaar, we hebben de neiging er niet te willen zijn, het niet te willen weten. Dat Jezus dat ziet van zijn leerlingen en toch van hen houdt en hen er tegelijkertijd steeds mee blijft confronteren - dat toont de grootsheid van zijn leraarschap.

Misschien is dat nog wel het meest wonderlijke: dat zijn liefde niet door teleurstelling wordt aangetast. Hij is niet bitter naar zijn leerlingen, zelfs niet naar degene die hem verraadde. Is het niet wonderlijk dat hij in staat is om zich niet te voegen naar de verlangens van de menigte die hem toejuicht, dat hij niet instort als zijn leerlingen hem in de steek laten als hij zijn ondergang tegemoet ziet.
Het wonder is dat de helderheid waarmee hij zijn verschrikkelijke realiteit onder ogen durft te zien hem de kracht geeft door te gaan. Juist de vreselijke waarheid zien geeft hem kracht. Het geeft hem zelfs de kracht om degenen die niet de realiteit onder ogen zien te vergeven voor wat zij doen.
Ook dat kunnen we van hem leren. Als je je verwachtingen en oordelen loslaat, kom je dichter bij de waarheid, dichter bij andere mensen, dichter bij God. De waarheid te zien, hoe schrijnend die ook is, geeft altijd kracht en moed, geeft altijd vervulling.

Amen.

       
 

Nodiging

Vurig heeft hij ernaar verlangd met ons dit avondmaal te delen. Ik nodig je uit: stook het vuurtje in je hart op en beantwoordt zijn uitnodiging. Wees een krachtige en tedere leerling van zijn helderheid van geest.

Komt dan allen want alles is gereed en ieder is genodigd.

       
 

Zegenbede

Moge onze geliefde God dicht bij ons zijn de komende dagen
en alle dagen in ons verdere leven.
Moge Zij een helder licht zijn op onze weg, opdat wij het pad niet kwijtraken
en onverschrokken voort kunnen gaan.
Moge Hij ons kracht en tederheid schenken en vrede.

Amen.

       
       
 

| Archief/Bijdragen | Diana's "Hoofdpagina" | Gastvoorgangers |
 
 

FV 2001-04-08 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl