Bijdrage Reinier, viering 28 april 2002
 
 

Voorganger: Reinier ter Hart

Lectrix: Tineke Berger

 
         
         
 

Lezingen

Hand. 6; 1-7

1 Petrus 2; 4-9

Joh. 14; 1-12
         
       
 

Welkom en Inleiding

Hartelijk welkom allemaal in onze prachtig gerestaureerde eigen Duifgebouw. Bijzonder hartelijk welkom wil ik U heten als U vandaag voor het eerst deze viering bij ons bijwoont. Ik hoop dat U zich een beetje bij ons thuisvoelt en dat U nog eens terugkomt. Wij als Duif- gemeenschap zijn altijd heel verheugd als er mensen zijn die zich bij ons willen aansluiten. En, zoals U ziet, hebben we alle ruimte om flink aan te groeien.

 

Over de lezingen

De lezingen van vandaag zijn respectievelijk uit het boek Handelingen, de eerste Brief van Petrus en het Evangelie volgens Johannes.

 

Alle drie de lezingen willen ons leren dat religie vraagt om een passende levenshouding. We mogen ons geroepen voelen zorgzaam te zijn voor elkaar. We worden daarbij opgeroepen een voorbeeld te nemen aan wat Jesus ons heeft voorgeleefd. Door hem mogen we ontdekken wat de Eeuwige ons vraagt te doen in ons leven. In de overweging die ik straks voor U mag houden zal ik hier verder op ingaan.

       
 

Overweging

Gemeenschap van Jesus Christus, lieve mensen!

Het valt me regelmatig op dat God de schuld krijgt van zaken waar mensen zelf voor

verantwoordelijk zijn: oorlog, geweld, armoede, honger, gebrek, noem maar op.

 

Vaak ook wordt God gezien als de veroorzaker van natuurrampen, ziekte en vreselijke ongelukken in bijvoorbeeld het verkeer of in de luchtvaart. Maar al te vaak wordt de conclusie getrokken dat God niet deugt of gewoonweg niet bestaat. Ook bestaat er een categorie mensen die een God die narigheid en ellende veroorzaakt juist wel kan accepteren. Gods plannen met de mensen zijn ondoorgrondelijk, het is een mysterie waar wij toch niets van snappen, het is Gods wil en uiteindelijk komt alles toch nog goed. Allemaal opvattingen en overtuigingen waar ik niet mee uit de voeten kan.

 

Zodoende ben ik me steeds meer en vaker gaan afvragen wat God, de Eeuwige, voor mij wél

betekent. Nu moet ik U zeggen dat ik daar wat op gevonden heb. In plaats van me af te vragen wat de Eeuwige wil, verlangt en doet, probeer ik duidelijk te krijgen waar hij/zij voor staat, waar de Eeuwige zich zeg maar hard voormaakt. Zo kom ik al denkende uit op begrippen als naastenliefde, solidariteit, vrede, gerechtigheid, vrijheid, eerlijkheid, integriteit, geweldloosheid en een wereld die gevrijwaard is van angst en gebrek, een wereld waarin mensen naar elkaar luisteren en elkaar verstaan. Nu hoor ik nogal eens zeggen dat door deze manier van benadering religie kan verworden tot een ideologie. Voor mijn gevoel is dat juist helemaal niet zo. Het zoeken naar wie of wat de Eeuwige is heeft voor mij alles te maken met een zielsverlangen de Eeuwige te mogen leren kennen of ten minste een tipje van de sluier te kunnen oplichten. Het verlangen van de ziel om de Eeuwige te leren kennen is naar mijn smaak juist een puur religieuze aangelegenheid, die bij alle vragen die je stelt steeds weer nieuwe vragen oproept, maar ook soms iets duidelijk maakt van wat de Eeuwige met ons mensen voor heeft. Het is de religie die vanuit een zielsverlangen om de Eeuwige te leren kennen vragen stelt en zoekt naar de zin van het bestaan. Een ideologie vraagt niet, maar heeft de antwoorden en oplossingen al kant en klaar.

Als we als gelovige mensen door het leven willen gaan, al zoekend naar de zin van het bestaan, leren we ook ontdekken wat ons geloof van ons vraagt, leren we dat ons geloof ons vraagt om een levenshouding die past bij dat geloof . Dat is denk ik wat we uit de lezingen van vandaag mogen leren. Uit de Handelingenlezing leren we zorgzaam te zijn voor elkaar, er alert op te blijven dat er geen verdeeldheid ontstaat en dat er binnen een geloofsgemeenschap niemand mag worden achtergesteld. We dienen er zeg maar waakzaam voor te blijven dat er niemand buiten de boot valt. Als we merken dat dit toch gebeurt, zullen we ook samen moeten zoeken naar oplossingen om ongerechtigheden te herstellen.

 

In de tweede lezing roept Petrus ons op om gehoor te geven aan het voorbeeld dat Jesus

Christus ons heeft gesteld. We zijn immers niet zomaar een groepje mensen, maar gemeenschap van hem die ons geroepen heeft licht te zijn voor elkaar, maar ook om dat licht verder uit te dragen.

 

De lezing uit het Johannes-evangelie wil ons laten zien dat we door Jezus Christus de Eeuwige mogen kennen. Hij heeft ons immers getoond hoe de liefde van de Eeuwige mensen kan helen en kan bevrijden uit angst en gebrek. En dan boven alles die geweldig gedurfde uitspraak van Jezus; Ik ben de waarheid en het leven. Die weg mogen we gaan, ons gedragen wetend door hem en door elkaar. Die waarheid mogen we aanvaarden als hem willen volgen. Hij is het leven dat de Eeuwige voor ons bestemd heeft. Door hem is ons leven eindeloos geworden, blijft er ook als we tegenslagen ondervinden uitzicht en perspectief op betere tijden, mogen we als we struikelen steeds weer opstaan en opnieuw beginnen; is er uitzicht op iets nieuws, iets beters, Gods Koninkrijk. Ik wil afsluiten met een gedichtje dat ik vond in een boekje dat ik weer eens ergens op de kop heb getikt. Het is van Johan F. Ruopp, vertaald door Ad den Besten.

 

Vernieuw mij, Gij, o eeuwig licht

God, laat mij voor Uw aangezicht

Geheel van U vervuld en rein

Naar lijf en ziel geboren zijn.

 

Schep, God, een nieuwe geest in mij

Een geest van licht, zo klaar als gij

Dan doe ik vrolijk wat gij vraagt

En ga de weg die U behaagt.

 

Wees Gij de zon van mijn bestaan

Dan kan ik veilig verder gaan

Tot ik U zie, o eeuwig Licht

Van aangezicht tot aangezicht.

Amen.
       
 

Nodiging

Als teken van zijn liefdevolle aanwezigheid in ons midden zijn wij genodigd aan de tafel van de Eeuwige. Wij allen, zonder enige uitzondering, zijn genodigd mee te breken en te delen, wie of wat je ook bent, als je je geraakt voelt door de Geest van Christus ben je genodigd aan deze tafel. Komt dan, want alles is gereed.

       
 

Zegenbede

Hartelijk dank voor Uw aanwezigheid en dank ook voor Uw luisterbereidheid. Aan het eind van deze viering vragen we om hulp van de Eeuwige om samen met onze naasten in vrede te kunnen blijven leven.

 

De Eeuwige zegene en behoede ons,

de liefdevolle doe zijn aangezicht over ons lichten

en zij ons genadig.

De Barmhartige verheffe zijn aangezicht over ons en geve ons vrede.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.
       
       
 

| Archief/Bijdragen | Archief 2002 | Reiniers "Hoofdpagina"Gastvoorgangers |

 
 

RG 2003-10-07| © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl