Bijdrage Frans Gerritsma, viering 6 april 2003
 
 

Voorganger: Frans Gerritsma

Lectrix: Ireen van der Endt

 
         
 

Lezingen

Jer. 31, 31-34

Hebr. 5.7-9

Joh. 17,20-33.
         
         
 

Overweging

Een bloem, een plant, kan in het donker niet groeien. Heeft licht nodig, soms heel veel licht. Kijk maar naar het voorjaar, langer licht, meer licht en het groent en groeit overal. Maar ook wortels, om het leven gevende water op te nemen.

 

In het oude verbond wordt de wet bezongen als helder water. Water dat leven geeft. Regels, wetten zijn nodig, om mensen te laten wortelen, een veilige plek te geven, om met elkaar te kunnen leven. Je kunt dan blij zijn met wetten en regels, die het in vrede wonen mogelijk maken. Het is dan ook niet zo gek, dat op het moment van de bevrijding uit Egypte, van de Farao, die zich zoon van God noemt, maar meer iets weg heeft van een slavendrijver en profiteur van goedkope arbeidskrachten. Dat op zo'n moment mensen gevoelig zijn voor een God die met hen meetrekt, hun bevrijding ondersteunt. Regels aanbiedt, die de verbinding vormen tussen de verschillende stammen. Niet als een stok om te slaat, maar als thora, een stok die je voor je uitwerpt. Die richting gaan we uit. Dan komen we samen goed uit. Dan komen we waar we zo dolgraag willen zijn. In het beloofde land. De wet op stenen gegrift, woorden die klinken als woorden vanuit de hemel, die de weg wijzen, die veiligheid geven. Woorden van verbondenheid, van Verbond. Dat is als water voor en dorstige plant.

 

Maar zo gauw we niet meer onderweg zijn, wanneer we vastgeroest raken, ons schatten verzamelen en kijken naar wat zich allemaal als Goden en Idolen aandient. We om meer ruimte vragen, het eigen ik heel belangrijk wordt, we God in veel zaken niet meer nodig hebben. Dan wordt de wet een sta in de weg. Helpt ze ons niet vooruit. Menigeen die ooit geloofde heeft met die stenen wet ook God buiten de deur gezet. Omdat ze de menselijke groei eerder belemmerde dan stimuleerde.

 

Voor Jeremia heeft die stenen wet ook afgedaan. Maar hij is niet zonder hoop en vertrouwen. Jeremia zelf is tot in zijn hart geraakt. Hij heeft zelf ervaren, dat het om de wet gaat die in je hart gegrift staat. Het is de ervaring, van een warme, om mensen bewogen God, een barmhartige God. Dat maakt mensen weer tot een volk, een verbondenheid, een nieuw verbond. Dat wat in je hart gegrift is. Wat anderen, of misschien ook jijzelf wel, soms geprobeerd hebben er uit te schuren, met oordelen en veroordelen. Maar het gaat om die hunkering naar het licht, het hart dat open gaat, voor meer licht en leven. Als een bloem.

 

Opkomen voor het licht, groeien naar het licht.

Dat vraagt om steeds weer staande te blijven, bij dat licht, die groeikracht in je.

 

Maar hoe blijf je staande. Wanneer je leven bedreigd wordt. Wanneer je ziet dat je overtuiging niet door anderen gedeeld wordt. Nog erger, wanneer ze eisen, op straffe van dood dat je je overtuiging opgeeft.

 

In het evangelie komen we de worsteling van Jezus tegen. De Hebreeën brief heeft het zelfs over “doodsangst”, en “onder luid geroep en in tranen bidden en smeken” dat hij van de dood gered wil worden. Hij wil kiezen voor de wet die gegrift staat in zijn hart, voor het licht in hem, waardoor hij zich als kind van God, als zoon van God weet. Maar hij voelt ook het zwaard in zijn nek.

 

Doodsangst

Er zal heel wat door hem heen gegaan zijn. Het evangelie onthult er iets van. De vraag over de zin van zijn leven, de zin van zijn dood.

 

Wat is dat?

“Als de graankorrel niet sterft”

Moet je niet sterven om vrucht te dragen. Gebeurt dat ook niet in het leven van iedere dag. Niet krampachtig vasthouden, maar durven los te laten, om vrijuit te kunnen leven. De graankorrel moet ook in de aarde vallen, daar afgepeld worden tot de kiem, zodat er bijna niets meer over is, om dan te kunnen ontluiken door de kracht van de warmte en het licht. Om uit te groeien, tot vruchtbare tarwe. Om tot voedsel te dienen voor anderen. Om brood te worden voor morgen.

 

Zo'n beeld kan je troosten en helpen om los te laten, uit handen te geven. Geloven dat je leven zal worden omgevormd tot nieuw leven.

Op zo'n moment heb je in ieder geval beelden, symbolen, gedachten nodig, die er even boven uittillen. Die je herinneren aan dat licht in jou. Dat het daar om gaat. Dat het licht blijft doorgaan. Kans krijgt om opnieuw te ontkiemen. Dat er licht is. Dat licht ons opnieuw kan doen groeien, ondanks alle afbraak en ondergang die dreigt.

 

Het is bij Jezus ook de vraag naar God. Moet ik doorgaan, verwacht God dat van mij, kan hij mij er niet van verlossen. Maar hij weet ook dat hij er door heen moet. Dat hij bij zijn Beeld van God, zijn taak zijn roeping moet blijven. Daar komt het nu op aan.

 

Op de momenten dat het er bij Jezus op aan komt, vertelt het verhaal dat er een engel verschijnt. Het beeld van de engel, als steun, als reisgenoot, als boodschapper van God

In de woestijn, wanneer de duivel, de diabolus, degene die alles in de war wil gooien, hem probeert te verleiden.

In de tuin van Getsemane. Wanneer hij niet meer terug kan.

 

Of: een stem uit de hemel, zoals bij zijn doop, of bij de verheerlijking op Thabor. Het moment, waarop helder wordt, voor Jezus zelf en een paar van zijn leerlingen, wat zijn taak is, wie hij werkelijk wil zijn. De door God beminde, waarin iets van Gods macht, Gods heerlijkheid zichtbaar wordt. Dat is het licht waar het in zijn leven om gaat.

 

Het gebeurt allemaal op de bodem van de ziel. Waar stenen tafelen niet meer van nut zijn, waar het gaat om de kennis van het hart. Daar is de kiem van het licht, van waaruit je verder kunt groeien naar het licht.

 

Het verhaal van Jezus. We kunnen er troost aan ervaren. Troost: iets van licht, van verlichting van buiten af, zodat je kunt groeien naar het licht.

Zoals we ook troost kunnen ervaren,

aan een hand op je schouder,

iemand die zo maar stil naast je zit

die in je gelooft

je niet veroordeelt

je hart raakt

en weet

dat daar de wet gegrift staat

dat God licht is.
       
 

| Archief/Bijdragen | Archief 2003 | Frans' "Hoofdpagina" | Gastvoorgangers |

 
 

RG 2003-10-01 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl