Cees' bijdrage, viering 18 februari 2001
 
  Voorgangers: Cees Blaauw en Reinier Zijlmans  
         
         
 

Lezingen

  • Samuel 26; 2-23
  • Romeinen 12; 14-19
  • Lucas 6; 27-38
         
         
 

Welkom en inleiding

Goede morgen allemaal, welkom aan de bekenden die elkaar op iedere zondagmorgen hier ontmoeten, welkom aan de minder bekenden die hier niet zo vaak komen en ook welkom aan hen die vandaag voor het eerst hier zijn.

Vandaag gaat het om vergevingsgezindheid. Niet als het ons uitkomt, maar altijd. Dat is geen gemakkelijke opgave, maar wel te doen. Kijk maar naar het verhaal van David en koning Saul en luister naar de brief van Paulus aan de Romeinen. De evangelielezing gaat hier ook over. Jezus zegt: als je geslagen wordt, sla dan niet terug, maar biedt ook de andere wang aan. Hiermee vergeef je je belager gelijk als hij slaat.

Hoewel het vandaag geen dienst is 'voor kleine en grote mensen' wordt er straks wel een verhaal voor de kinderen verteld: het verhaal van David en Goliath.

 
       
 

Overweging

De evangelie-lezing van vandaag is het tweede deel van een drieluik.
Vorige week heeft Marina het eerste deel hiervan besproken,n.l. de Bergrede, vandaag komt het tweede deel aanbod en over het derde deel zal Alet ons de volgende week uitleg geven.

In het tweede deel scherpt Jezus de z.g. Zaligsprekingen nog eens aan. Je moet niet alleen blij zijn als men je beschimpt en bespot, maar je moet zelfs bereid zijn om je te laten slaan omwille van de gerechtigheid. Je laten beschimpen en bespotten kun je desnoods afdoen met: dat is vuil water wat mijn deur voorbijgaat, of: laat ze maar kletsen, ze weten niet beter. Je laten slaan is een ander verhaal, want niemand is geneigd zichzelf te laten mishandelen zonder in verzet te komen.

Als wij naar de eerste lezing van vandaag kijken zien wij de tweestrijd tussen Saul en David, althans van de kant van Saul gezien. Saul de eerste koning van de Israelieten, heeft de weg van God verlaten en als straf zal niemand van zijn huis hem mogen opvolgen als koning. Door God gestuurd, heeft Samuel David tot koning gezalfd, maar daar weet Saul nog niets vanaf. Wel ondervindt Saul de grote populariteit van David bij het volk en dat steekt hem zo erg, dat hij David gaat haten en een manier zoekt om zijn opponent te doden. Als Saul met een grote legermacht David probeert te verslaan, grijpt God in. De avond vóór de grote slag brengt de Eeuwige de hele legermacht van Saul in een diepe slaap, waardoor David vergezeld van zijn trouwe vazal Abisai het kamp kan binnendringen. Het getuigt van grote vergevingsgezindheid van David dat hij zijn tegenstrever niet dood, maar als bewijs van zijn nachtelijke aanwezigheid de lans en de drinkbeker van Saul meeneemt en Saul in leven laat.

Ook Paulus spreekt tot ons in zijn Romeinen brief over vergevingsgezindheid. Het is niet aan ons om mensen te oordelen, dit recht komt alleen aan God toe, immers als wijzelf gaan oordelen, veroordelen wij ook onszelf.

Wat kunnen wij dan leren uit de Evangelie-lezing van vandaag? Moeten wij watjes worden die over zich laten lopen of is er een andere uitleg? Ik geloof het laatste.
Geweld tegen gaan met geweld roept een geweldspiraal op, zinloos geweld en daar hebben wij heden ten dage onze mond en buik van vol. Wij hier in het rijke westen leven in een grote mate van welvaart; de één meer en de ander minder, terwijl er ook nog een grote groep is in onze samenleving die net tegen of onder het bestaanminimum aan zitten.

Wat Jezus vandaag van ons vraagt is niets meer of minder of wij bereid zijn onze welvaart met anderen te delen. Niet gaan oordelen waarom die andere mens het zo moeilijk heeft gekregen, maar zonder oordeel helpen. Dat is geen gemakkelijke opgave, want wij mensen staan maar al te vlug klaar met ons oordeel en willen daar ook naar handelen. Niet doen zegt Paulus vandaag; laat oordelen aan God over en doe wat je gevraagd wordt. Ook als je medemens je iets misdaan heeft past het je niet om blijvend afwijzend tegenover die mens te blijven staan. Je moet kunnen vergeven. Er is in ons taalgebruik een gezegde: Ik kan het je wel vergeven, maar vergeven doe ik je niet. Dit is een begrijpelijke instelling, maar daarom nog niet goed.

David heeft laten zien waartoe vergevingsgezindheid kan leiden. Hij had Saul heel makkelijk kunnen doden, sterker nog hij had het een ander, Abisai, kunnen laten doen. Maar David deed het niet en ging ook niet in op het voorstel van Abisai. Ook Paulus houdt ons voor om vergevingsgezind te zijn en niet te oordelen, maar dat oordeel aan God over te laten.

En Jezus? Hij zegt dat je méér moet geven dan wat je wordt gevraagd en niet alleen geven met de hoop het ooit terug te krijgen, maar geven omdat de ander in nood is.

Kort samengevat: geen geweld met geweld beantwoorden; geven aan diegenen die je er om vraagt; je naaste liefhebben als jezelf en anderen niet op eigen waarneming beoordelen. Als wij zo kunnen leven, dan zijn wij goede volgelingen van de man van Nazareth. Voorwaar geen gemakkelijke opgave, maar wel een die de moeite van het proberen waard is.
Amen.

       
 

Nodiging

Zoals iedere keer als wij zondags bij elkaar komen staat ook nu weer brood en wijn gereed. Wij houden deze mini-maaltijd ter gedachtenis van ons grote voorbeeld: Jezus van Nazareth. Hij droeg ons op om steeds wanneer wij in zijn naam samenkomen, deze maaltijd te houden en bij die nodiging maakte hij geen uitzonderingen.

Dus iedereen hier aanwezig, is genodigd door Hem.
Komt u maar, want alles staat gereed.

       
 

Zegenbede

Voor we weer naar huis gaan, naar onze dagelijkse beslommeringen, onze zorgen en voor sommigen naar verdriet en pijn, vraag ik voor ons allen de zegen van de Almachtige.

De levende God zegene ons en Hij behoede ons,
De Barmhartige doe Haar aangezicht over ons lichten en zij ons genadig
De Eeuwige verheffe Zijn aangezicht over ons en geve ons vrede.

Amen.

       
       
 

| Archief/Bijdragen | Cees' "Hoofdpagina" | Gastvoorgangers |
 
 

FV 2001-02-26 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl