Marina's bijdrage, viering 18 maart 2001
 
  Voorganger: Marina Slot  
         
         
 

Lezingen

  • Gen. 15: 5-12, 17-18
  • Luc. 13: 1-9
         
         
 

Welkom en inleiding

Van harte welkom in deze dienst van Schrift en Tafel in de Duif , van harte welkom omdat jij ertoe doet, omdat jij een kind van God bent en alle aandacht verdiend die een mens nodig heeft.

Vandaag staat er een spectaculair verhaal centraal in de dienst : de manifestatie van de levende God, de God die spreekt tegen Mozes, pleegzoon van de dochter van de farao.
Tegen Mozes die als kind gered werd van een bijna zekere dood, zegt de Eeuwige : ik ben er voor jou en dat Hij niet alleen tegen Mozes maar tegen elke IsraŽliet in ballingschap in Egypte. Het stikt in Egypte in de tijd van farao Ramses II van de goden, hoofdgoden, bijgoden, goden die het goed met je menen en goden die je beter te vriend kunt houden. Op verschillende plaatsen in dit grote land verschijnen voorraadsteden, tempels, graven en andere heiligdommen voor de grote farao Ramses II; hij bouwt in navolging van zijn voorgangers want als moet je jezelf onsterfelijk maken ook in de gebouwen die je nalaat. Om al die bouwwerkzaamheden te verrichten had Ramses II veel werkvolk nodig. Daarvoor hadden hij en zijn voorvaderen de HebreŽen onder de knoet, het volk in ballingschap. Zij zijn al driehonderd jaar in dienst van de Egyptische machthebbers voordat er bevrijding aanbreekt, voordat er verlossing aan die eindeloze woestijnhorizon gloort.

De godsdienst van de Egyptenaren drukt zich uit in een druk leven na de dood, want op dat moment worden veel goden werkzaam, de tocht naar het dodenrijk ofwel godenrijk is afgebeeld in veel schilderingen in graven. De dode wordt vergezeld van alles wat hem lief is, materie en mens, en een warm welkom wordt bereid door verschillende godenfiguren. Het leven na de dood is even uitgebreid zo niet uitgebreider uitgebeeld en beschreven dan het leven hier en nu.
En dan komt er opeens een HebreŽer Mozes die tegen de farao moet zeggen : de God van de IsraŽlieten zend mij, ik neem u al uw werkvolk af en ik neem hen mee op last van de levende God, de God die zegt : Ik ben die er is! Een revolutie op de bouw, een siddering gaat over de werkvloer en dat terwijl de onderdrukking groot is omdat de IsraŽlieten met zo velen zijn.
En dan die gelijkenis van Jezus over de vijgenboom en over de dreiging als je je niet bekeert, als je je niet omkeert wat er dan gebeurt . Dat is ook niet mis. Het lijkt er op of eronder te zijn en dat is ook zo in het leven: je kunt kiezen voor het leven , voor het leven met andere mensen, met aandacht en liefde voor jezelf en voor de ander en je kunt die weg net missen.. maar daarover later.
Ik wens ons allen een goede viering.

 
       
 

Overweging

Een doornstruik in lichterlaaie en hij verbrand niet !! Dat is een vreemd verschijnsel, als je brand hebt, blijft er meestal alleen maar rook en verkoold hout over want vuur is verslindend, niets ontziend. Nu zijn de dingen in de woestijn soms niet datgene dat je denkt dat het is want wij kennen allemaal het woord 'fata morgana', een luchtspiegeling die ervoor zorgt dat je dingen ziet die er niet zijn. De woestijnreiziger ziet van verre een oase met palmbomen en een heerlijke waterbron, maar als hij dichtbij komt, is het zand, nog meer zand dan er al was. Maar Mozes komt dichterbij en de doornstruik blijft zichtbaar. Er komt zelfs een stem die zijn naam roept : "Mozes, Mozes' De Eeuwige, de God van IsraŽl is aanwezig bij de herder met zijn kudde in de woestijn. De God van IsraŽl geeft dikwijls een teken, een signaal dat ie er is. Vroeger en nu nog...

Ik moet altijd denken aan Jezus' zinsnede uit het Evangelie waarin hij zegt: ik had honger en je gaf mij te eten, ik had dorst en je gaf mij te drinken, ik was een vreemdeling en je verleende mij onderdak, ik ging schamel gekleed en je gaf mij kleren, ik was ziek en je verzorgde mij en ik zat gevangen en je kwam mij bezoeken. En dan vraagt de mens : ik heb u nooit hongerig of dorstig gezien, hoe heb ik u te drinken kunnen geven enz. Als een zwerver mij om geld vraagt, vraag ik mij altijd af of de Christus voor mij staat, als ik iemand in nood zie, denk ik altijd aan die ene mens die het voorbeeld is voor alle anderen en dan moet ik hulp verlenen of ik wil of niet. Als ik een ander mens in de ogen kijk, moet ik bereid zijn om meer te zien en als ik werkelijk kijk, zie ik dikwijls achter een boel grootspraak de roep om aandacht; ik hoor aan de woorden van mensen dat zij andere dingen zouden willen zeggen maar niet durven omdat je dat niet doet in deze maatschappij.

De Eeuwige zegt tegen Mozes iets bijzonders : Ik heb de ellende van mijn volk in Egypte gezien, hun jammerklachten gehoord, Ik ken hun lijdenÖ
Kortom, Ik heb al mijn zintuigen opengezet om te weten hoe mijn volk, mijn mensen er aan toe zijnÖ Ik heb om mij heen gekeken, gehoord, geproefd, op de tast gevonden hoe erg zij het hebben. Ik ruik dat er armoede is en onderdrukking en ik heb een nieuw stuk grond voor al die duizenden HebreŽen in petto. Toen ik vorig jaar in Egypte was, rook ik de armoede, zag de dood rondwaren in de dodensteden van Cairo. Wat hebben mensen nodig : de eerste levensbehoeften eten, drinken en een dak boven je hoofd . En dan als dat vervuld is , vrijheid, aandacht, als mens behandeld worden. En dat gebeurt lang niet overal : er zijn levensomstandigheden die je niemand toe zou wensen, plekken waar je al bij het opgroeien naar volwassenheid niet gezien en niet gehoord wordt. En er zijn werksituaties waarin je als mens veracht wordt, waar alleen het product telt en de winst die met dat product gemaakt wordt.

Mozes is een herder, hij weet te leiden, te begeleiden. Hij heeft oog voor voorlopers en achterblijvers, maar hij kent zijn eigen kracht en deskundigheid nog niet. Hij wordt geroepen en zoals ieder mens : hij gelooft niet dat hij dat kan, net zo min als de gemiddelde IsraŽliet zal geloven dat echte bevrijding mogelijk is. Ook al kennen zij bij overlevering de verhalen van de aartsvaders Abraham, Izaak en Jacob die als vrije nomaden rondtrokken door het land toch wordt hun werkelijkheid bepaald door nu en door de geschiedenis van hun eigen voorouders als driehonderd jaar lang.

Een van onze referentiekader is de 2e Wereldoorlog en in die tijd konden ook veel mensen niet geloven dat het ooit nog over zou gaan, dat er verlossing op komst was. Een van onze Duiven die in Duitsland heeft gewerkt, zei bij het verhaal van Mozes : logisch dat hij het niet geloofde, waar haal je dat vandaan? En ook al was Mozes aan het hof geweest, hoe krijg je dat voor elkaar in je eentje?

Als je als enkeling opstaat, wordt je direct neergesabeld. Dan moet je wel lef hebben, zeggen wij dan. Letterlijk betekent dat : dan moet je wel een hart in je lijf hebben. En je niet laten weerhouden door allerlei verstandelijke bezwaren. Lef en doorzettingsvermogen; vertrouwen dat het kan, dat je het niet alleen hoeft te doen, dat er iemand achter je staat, die van je houdt. Vertrouwen dat er bloei mogelijk is, dat een vijgenboom die geen vrucht draagt, toch ooit vrucht gaat geven. Dat betekent dat je de hoop nooit op moet geven, dat het elke dag opnieuw weer kan gebeuren dat de Eeuwige voor je staat in welke gedaante dan ook, zelfs in de vorm van een kale, dorre dooie vijgenboom.
Want als je volhoudt, kun je een grote mensenmassa op de been krijgen, kun je van de onderdrukking, het dorre, droge land naar een land van melk en honing. Als je maar gelooft in een levende God, een God die er is, een kracht die niet uitdooft en die in je is.

Hoe zit dat met ons? Geloven wij werkelijk dat het mogelijk is om te leven naar het voorbeeld van de levende God? Naar het voorbeeld van de levende Christus?
Weten wij allemaal echt wat gerechtigheid is? Weten wij wat bekering, omkering is in het licht van Jezus Christus' goede boodschap?
En weten wij ook wat onze opdracht is in het leven, wat ons leven de moeite waard maakt? Waarom de Eeuwige van alle mensen zegt dat zij niet vergeefs geboren zijn. Soms krijg ik zo'n glimp, zo'n schaduw van een teken, soms komt de Christus knoerthard en onverbiddelijk op je af. En probeer niet het leven van anderen te 'lezen', het leven en de dood van anderen te beoordelen in het licht van de eeuwigheid en de rechtvaardigheid, want Jezus zegt : denk nu echt niet dat die ander die eerder dood gaat of die gewelddadig gedood wordt, dat hij schuldiger is dan wij.

Toen mijn broer op de afgelopen Tweede Kerstdag overleed op 54-jarige leeftijd , dacht ik ook waarom hij? Waarom moet ons dit overkomen? Zijn wij anders als een ander, dat wij onze beide ouders en onze broer zo jong moeten verliezen?
Toen las ik een tekst van de Dalai Lama die zegt : Sommige mensen die lief en aantrekkelijk zijn, sterk en gezond, sterven nu eenmaal jong. Dit zijn de meesters die zich vermomd hebben om ons iets te leren over vergankelijkheid. Het lijkt wel of ieder mens die wij tegenkomen ons iets te leren heeft over het leven : de een dat je ieder mens altijd zelf moet zien en niet door de ogen van de ander, de ander dat je op je hoede moet zijn voor onrecht. De een om je eigen kwetsbaarheid in de ander te durven ervaren, de ander om te zien wat echte rechtvaardigheid is.

Altijd ben je op zoek naar de achtergrond van gebeurtenissen, de bedoeling ervan, de zin van het leven en haar verschijnselen. Waarom ik, waarom nu, waarom bloeit mijn vijgenboom niet, of zo weinig? Waarom kom ik hem of haar tegen in mijn leven? Waarom moet ik dit doen? Mozes vroeg zich af waarom hij het volk IsraŽl moest leiden, waarom hij die grote schare mensen door de woestijn moest begeleiden in plaats van de kudde van zijn schoonvader Jethro.

Heb ik dit, zeggen wij wel eens. Ja, jij hebt dit. Ik heb wat anders en die ander moet weer wat anders doen, meemaken. Hoe is het mogelijk? Waar is het goed voor?
Om te weten dat je niet vergeefs geboren bent. Om te weten dat je geboren bent om mens te zijn in al zijn schoonheid, pracht, moeilijkheid, tussen moed en wanhoop.
Om te leven soms op vleugels, soms al struikelend over pijn en verdriet.
Maar vluchten heeft geen zin, voor pijn en voor liefde niet, voor angst en voor vrijheid niet. Want het leven is onontkoombaar licht als je het durft te aanschouwen.
Amen

       
 

Nodiging

Gij die geen naam vergeet, gij die geroepen hebt licht,
Gij nodigt ons aan de Tafel van de gemeenschap der Heiligen
omdat Gij vreugde schept in mensen.

Wij zijn welkom aan de Tafel van de vereniging.
Wij zijn welkom zonder uitzondering.
Wie je ook bent, wat je ook denkt, voelt.
Komt want alles is gereed.

       
 

Zegenbede

De levende God zegene ons en hij behoede ons,
De Onnoembare doe haar aangezicht over ons lichten en zij ons genadig,
De Rechtvaardige verheffe zijn aangezicht over ons
en geve ons vrede voor altijd en overal.

Amen

       
       
 

| Archief/Bijdragen | Marina's "Hoofdpagina" | Gastvoorgangers |
 
 

FV 2001-04-01 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl