Bijdrage Maruja, viering 15 december 2002


 
 

Voorganger: Maruja Bredie

Lectrix: Thea van Deijl

 
 
 
         
 

Lezingen

Jes. 61; 1v, 10v

1 Tess. 5; 16-24

Joh. 1; 6-8, 19-29
         

 

 
 

Overweging

De afgelopen week werden we zowel in de kranten als op het nieuws bedolven onder plaatjes van schaatsende mensen, ijspret met koek en zopie, Nederland schaatsland, een soort ijskoorts breekt uit en velen raken er door besmet. Wat is dat toch, waarom laten we ons zo opjutten en meeslepen? Is dat onze hang naar nostalgie, naar vroeger toen er nog, volgens sommigen, echte winters waren en we allemaal, jong en oud ons uren vermaakten op de vele slootjes en plassen. Je spijbelde ervoor van school, of er was ijsvrij want de kachel kon het lokaal niet warm genoeg krijgen en dan kwam er van leren ook niet veel en de meester werd zo gedwongen ook de ijzers onder te binden en zich op glad ijs te begeven.

Het is een heerlijk gezicht, ook om naar te kijken, maar is het alleen de nostalgie die ons drijft? Is het alleen nostalgie die ons een kerstboom doet versieren, die ons drijft ons huis extra luister te geven met dennentakken, met veel kaarsen en zingende kerstmannen en nog veel meer? Of is het meer en anders?

 

Herinnering zegt men is geleefde en beleefde ervaring. De mens heeft zijn herinneringen nodig om zich voor te bereiden op de dingen die nog komen gaan. Het gekke is juist dat ijspret, het koude weer, de voorbereidingen in de zin van het versieren van de kerstboom en ons huis, al deze ervaringen helpen ons voor te bereiden op hoe verder, op de toekomst, op dat wat komen gaat. De advent als voorbereidingstijd op het Kerstgebeuren.

Maar de advent is nog meer dan dat. Het niet alleen de tijd van verwachting, de tijd die ons rest tot het feest van het licht, de advent is ook de tijd om stil te staan en dan vooral stil bij jezelf te staan. Het is misschien een groot woord, maar een soort zuiveringstijd, een tijd om bij jezelf op zoek te gaan naar het licht in jezelf.

In de voorbereiding op vandaag kwam ik de volgende woorden van Dag Hammaskjöld tegen, ik lees ze u voor:

De stroom van het leven door miljoenen jaren, de mensenstroom door duizenden.

Zonde, dood en ellende, offerbereidheid en liefde -.

Wat beteken 'ik' in dit perspectief?

Dwingt mijn verstand me niet om het mijne te zoeken,

mijn lust, mijn macht, het respect van anderen?

En toch 'weet' ik - weet ik, zonder te weten

dat in dit perspectief juist dit het minst belangrijke is.

Een inzicht waarin God is.

 

Deze woorden geven richting aan onze zoektocht, een zoektocht die begint en die eindigt bij onszelf. Hoe eerlijk zijn we naar onszelf, hoe eerlijk durven we kijken naar hoe wij zelf met de wereld en de mensen op deze wereld omgaan? In hoeverre laten we ons aanraken in dat gedeelte van onszelf waar het licht reeds is.

 

Soms in tijden waarin je denkt dat de wereld gek geworden is, wanneer het verdriet om het verlies van iemand die je zeer nabij stond je overmant en overvalt, dan is er dat gevoel van eenzaamheid, dat ondanks vele woorden van medeleven, gebaren van vriendschap, je even je heel alleen voelt. Kijk je dan in een moment van stilte bij jezelf naar binnen dan is er o wonder een gevoel van herkenning, een gevoel van troost, troost omdat je voelt en weet dat je toch niet alleen bent. Johannes zegt het, o zo simpel, bijna tussen neus en lippen door, Maar zonder dat u Hem herkent, staat Hij al in u midden: hij die na mij komt maar wiens schoenriem ik niet waard ben los te maken. In al ons verdriet en in onze dagelijkse besognes we zouden het bijna vergeten, maar Johannes roept het weer in onze herinnering op; het licht van de Ene Goddelijk Werkelijkheid is in ons.

 

En dat geeft reden tot blijdschap. Dat lezen we ook in de eerste brief van de Tessalonicenzen. Wees altijd verheugd, dank God voor alles en blus de geest niet uit. Vanouds roept de derde zondag van de advent ons op aandacht te geven aan de goede kant in mensen. We zouden bijna vergeten dat er in mensen ook een heleboel goeds schuil gaat. Je komt het tegen wanneer men met de deur in huis valt, ik bedoel u komt dat vast ook tegen; bent u op een onbewaakt moment thuis dat gaat steeds de deurbel, allerlei stichtingen laten zich vaak tegen het einde van het jaar horen en zien voor goede doelen. Je zou kunnen zeggen dat ze een soort tegenwicht vormen tegenover alle ellende die het hele jaar over ons heen wordt uitgeschud. Niemand van ons zal zeggen dat hij principieel tegen elke hulp aan de zwakkere is, maar als er daadwerkelijk hulp wordt gevraagd dan wordt het moeilijker. Sommigen zeggen, ja hoor waar bemoeit men zich mee, de hulp aan de een wordt dan gevoeld als een stil verwijt aan degene die het nalaat. Het vreemde is dat er ook allerlei mechanismen in de mens aanwezig zijn die willen voorkomen dat het goede naar boven komt, gewapend beton van eigenbelang. van besluiteloosheid, van angst om eruit te springen. Gelukkig barst het hier en daar doorheen en bloeit dan open. Want ook dat gebeurt.

 

De profeet Jesaja vult vandaag onze herinnering aan wanneer hij laat weten dat God in alles en allen is. Wij zijn gezalfd om de armen de blijde boodschap te brengen in woord en daad, om gevangenen verlossing te melden enzovoort. Al lijkt de geest diep weggestopt te zijn, ook Jesaja geeft ons de kans om deze te laten ontluiken. In onze zoektocht en op weg naar Kerstmis herinneren we ons die Jezus van Nazareth, bij wie de geest van de Een Goddelijke werkelijkheid als een explosie van goedheid is doorgebroken. Hij liet ons weten wat de herkomst van die goedheid is en dat deze goedheid ook in ons is doorgebroken. We hebben dus echt reden om blij te zijn. En niet alleen vandaag, het is in ons eigen belang dat we de herinnering aan dit feit bewaren en ons dat ieder keer opnieuw laten vertellen om onze herinnering levend te houden.

Hij heeft zijn woord gehouden. Laten we proberen, gesteund door deze herinnering ook ons woord houden en in woord en daad, in alle eerlijkheid, ons leven daarnaar inrichten, laten we proberen het licht in onszelf te koesteren en vorm te geven. Laten we ons daarbij omarmd weten door het licht van de Ene Goddelijke werkelijkheid.

En zo zij het.

       
 

| Archief/Bijdragen | Archief 2002 | Maruja's "Hoofdpagina"Gastvoorgangers |

 
 

RG 2002-04-03 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl