Bijdrage Alet Aalders, viering 25 juli 2004  
 

Voorganger: Alet Aalders
Lectrice: Dorien Eldering

 
 

Derde viering in de zomerserie met als thema: Mensen, die grenzen verleggen.

         
 

Lezingen:

1Samuel 16:1-13
8ste couplet van het Wilhelmus

   
         
         
 

Welkom.
Namens de duifgemeenschap heet ik u allen van harte welkom in deze zomerdienst.
Een dienst zonder koor maar wel met muziek.


Inleiding
In de serie grensverleggers zijn we aangekomen bij David
David wordt beschreven als was hij het hoogtepunt in de geschiedenis van Israël. Koning van Juda en Israël, de koning die noord en zuid verbonden heeft.
David volgde Saul, de eerste koning van Juda op. Door zijn militaire successen was hij de machtigste vorst van de West-Semitische wereld. Hij bevorderde de eredienst aan God, liet de Ark van het Verbond naar de hoofdstad Jeruzalem overbrengen en verbeterde de rechtspraak.
David was ook een wrede en wellustige persoonlijkheid, maar wel iemand die snel berouw toonde over zijn daden. De geschiedenis van David bestaat uit de meest verbijsterende reeks van gebeurtenissen, die vaak zo bizar zijn dat het nauwelijks is te geloven dat één mens dat allemaal in zijn leven kon meemaken. Een uitzonderlijke combinatie van geweld, bloed, agressie, intriges, schandalen, moorden, verraad, seksuele misstappen en incest springt in het oog.
Aan de andere zijde zien we ontroerende trouw, liefde, tederheid, vroomheid, oprecht berouw en een groot talent voor muziek en poëzie. Ik heb me geconcentreerd op het eerste gedeelte van zijn leven, een geschiedenis van schaapherder tot koning.

Een verhaal van krantenbezorger tot miljonair, een assepoester-story. God heeft zo zijn eigen kijk op mensen, kiest onverwacht en blijkt werkzaam in wie wij het niet verwachten. De tweede lezing: het 8ste couplet uit het Wilhelmus gaat ook over uitgekozen zijn. Het thema wat ik centraal wil stellen.


Gebed
Lichtende, levende God
U oordeelt niet naar uiterlijkheid
En schone schijn,
Maar peilt ons hart.
Bezie ons hier met genegenheid,
Omring ons met tedere ontferming
En kom ons tegemoet in Jezus,
De mensenzoon, licht van U uit
Voor tijd en eeuwigheid.
Amen.


Overweging
David gezalfd
In een aantal citaten uit het Oude testament kunnen we lezen dat God David uitkiest om gezalfd te worden. In Psalm 89:21 staat : ‘Ik heb David, Mijn knecht gevonden’,
In 1 Sam 13:14: ‘God heeft al iemand anders uitgezocht, een man naar zijn hart’
En in Jes 44:28 wordt David neergezet als: ‘Die alles zal doen wat Ik wil’ (2 Sam 23;1)
Waarom valt Gods keuze op David? De jongste van acht zonen. Het is toch vaak de oudste die in mensenogen de beste kansen krijgt. De oudste moet in ieder geval gaan studeren. Neemt het bedrijf van vader over. Nog niet zo lang geleden hadden wij nog de broederdienst. De oudste twee zonen moesten de dienstplicht vervullen de andere kinderen waren daar dan van vrijgesteld. David’s broers dienden in het leger van koning Saul en hij moest op de schapen passen. Waarom wordt juist hij uitgekozen. Niet minder dan zeven kandidaten passeren de revue, maar God heeft een ander op het oog: David, de jongste, de kleinste, van achter de kudde vandaan geplukt. Het achtste kind van Jesse. Acht. Dat is een getal van God. Wij kennen een week van zeven dagen. Maar God sloot met Abraham een verbond op de 8ste dag, een dag die wij eigenlijk niet kennen, bij ons is dat weer de 1e dag. De 8ste dag staat niet op de kalender, die dag is niet van de tijd, die dag is van de eeuwigheid. Daarom werd Aäron op de 8ste dag tot priester gewijd en daarom worden Israëls zonen op de 8ste dag besneden. Acht is het getal van het nieuwe begin. Het gewone leven wordt op de 8e dag een leven met God. Daarom zou misschien voor het 8ste kind zijn gekozen.

Geleerden menen ook in het boek Ruth aanwijzingen te vinden waarom David koning moest worden. De Moabitische Ruth, weduwe van Elimelek, verwekt bij Boaz Obed. Obed is de vader van Jesse en de opa van David. Het verhaal tekent Ruth, waarvan gezegd wordt: zij die goed voor je is, beter dan zeven zonen, als een aartsmoeder van Israël en met veel verwijzingen naar het boek Genesis wordt het koningschap van David voorgesteld als de voortzetting van Gods plan zoals begonnen met de aartsvaders. In het boek Ruth is getracht een wereldlijke, namelijk een lijn van troonopvolgers, voor te stellen en daarmee voor David een legitieme claim op de troon te leggen. Waarom er dan is gekozen voor de jongste zoon en niet voor de oudste wordt niet duidelijk.

De 1e lezing laat zien dat ‘God niet ziet zoals een mens ziet. Een mens kijkt naar het uiterlijk, maar God naar het hart.’De profeet Samuël wordt ertoe geroepen met de ogen van God te kijken. Dan ziet hij dingen die anderen niet zien. Bijv. dat David, die anderen over het hoofd zien, herder, koning van Israël moet worden. – God kijkt anders tegen mensen aan dan wij.
Wij kijken naar – en verkijken ons op – het uiterlijk vertoon, de status, de titel die iemand draagt of de positie die hij of zij bekleedt.

We vergelijken mensen op uiterlijke kenmerken omdat het moeilijker is iemand in het hart te kijken. Dat duurt een tijdje, daar moet je moeite voor doen. En we doen er voor ons zelf ook aan mee door te denken dat iets wat je wilt te hoog voor je gegrepen is. Dat je bijvoorbeeld met jou komaf daar niet voor in aanmerking komt. Dat is jammer en verspilling van talent. Verleg je grenzen eens en probeer toch voor je droom te gaan.

Andersom kom je het ook tegen. Mensen met minder aanleg worden op posities gezet vanwege andere dingen dan aanwezig talent. De oudste zoon die de zaak over neemt en een jongere broer met meer zakelijk inzicht achter zich laat. Vriendjespolitiek en kruiwagentjes.

Wilhelmus
David was voor God de aangewezen man op de juiste plek. Of ie nu het oudste, de jongste of het middelste kind was geweest. Zo was voor de Nederlanden Willem van Oranje de man op de juiste plaats die ze graag ook een uitverkorene van God wilden maken wat blijkt uit de vergelijking die er wordt gemaakt in het 8e couplet van het Wilhelmus. Oranje wordt met David vergele-ken, Alva, met Saul den Tyran. Deze bijbelse vergelijking is belangrijk voor de boodschap, het grondmotief van het Wilhelmus. Dat was in de 16e en 17e nog belangrijker, omdat de calvinisten in die eeuwen de Nederlanden beschouwden als het Israël van het Nieuwe Testament. In de calvinistische ideeënwereld over het recht van verzet tegen de wettige vorst is dit verzet alleen mogelijk als Oranje, zoals David, een door God aangewezen gezagsdrager is, die strijdt tegen gezagsmisbruik. In het calvinisme geldt bovenal de regel, dat de gehoorzaamheid aan de vorst niet in strijd mag zijn met de gehoorzaamheid aan God. Als dat wel zo is dan is opstand gewettigd.
Calvijn voegt er nog één voorwaarde aan toe nl. een prins, een vorstelijk persoon dient de leider te zijn van dit verzet.

De situaties waarin David en Willem van Oranje verkeren wordt qua strijd om de troon op verschillende punten vergeleken. Saul was voor David tot koning Gezalfd maar door God verstoten. David moet diverse keren voor Saul vluchten omdat Saul zijn potentiële opvolger uit de weg wil ruimen. David echter blijft tot aan de dood van Saul hem ondanks alles trouw. Willem van Oranje moest vluchten voor Filips II, koning van Spanje die in 1566 na de beeldenstorm Alva naar de Nederlanden stuurde op strafexpeditie.
In het gedicht ligt ook de associatie Nederland en het Koninkrijk Israël opgesloten.
Het lied is, zo blijkt ook, op veel plaatsen geïnspireerd door de psalmen. Het is zelf een soort afgeleide psalm geworden, een boven zijn eigen tijd uitstekend geloofslied. Als het Wilhelmus gezien wordt als een propagandalied, Oranje's leiderschap wordt er namelijk in verdedigd, dan nog is het er één met een diep religieuze achtergrond.

Als mensen zich gedragen tegen de wil van God in dan is verzet gewettigd. Ik zou niet meteen denken aan gewapend verzet maar iemand ergens op aanspreken lijkt me een goede zaak. Blijft de vraag wat is de wil van God – dat ligt opgesloten in je hart. Daarbij moet je je niet laten leiden door de buitenkant, door wat mooi lijkt, maar door te luisteren naar je zuiverste geweten.
Amen


Nodiging
Iedereen is welkom aan zijn tafel niemand uitgezonderd
Kom dan want alles staat gereed.


Zegenbede
God, onze verlosser en bevrijder
U trekt uw handen niet van ons af
altijd blijft U ons nabij
wij danken U daarvoor en bidden:
geef ons een opmerkzaam hart
en leer ons er naar te handelen
houd ons alert en waakzaam
voor de tekenen van de tijd
- dichtbij en veraf -
Sterk ons steeds weer
met Uw woorden en tekenen
wij vragen uw zegen met de aloude woorden
uit Numeri
De Here zegene en behoede u;
De Here doe Zijn aangezicht over U lichten
en zij u genadig;
de Here verheffe Zijn aangezicht over u
en geve u vrede
In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest
Amen.

 
       
 

| Archief/Bijdragen | Archief 2003 | Alets "Hoofdpagina" | Gastvoorgangers |

 
 

RG 2004-07-26 | © copyright 'De Duif', Amsterdam | deduif@xs4all.nl